Peek 14 augustus 2011

In de maand augustus, waarin de moslims de ramadan hebben, lezen we parallelverhalen uit Bijbel en Koran.

Genesis 3, 16-24   

Wat eraan vooraf ging:

God heeft de mens geschapen en uit de zijde van de mens de vrouw.

De slang verleidt de vrouw om te eten van de vruchten van de boom in x92t midden van de hof.

De vrouw doet dit en verleidt de man.

Dan gaan hen de ogen open, zien zij, dat zij naakt zijn en verschuilen zich voor God.

Maar God roept hen.

De man wijst naar de vrouw, de vrouwwijst naar de slang en God vervloekt de slang.

En x85x85x85x85..  tot de vrouw heeft Hij gezegd: x85x85x85x85x85x85x85.

 

3:16

Tot de vrouw heeft hij gezegd:
in veelvoud vermeerder ik je pijniging
   en je zwangerschap,
met pijn zul je zonen baren;
op je man richt zich je hartstocht
en hij zal je overheersen!
x95x95

3:17

Tot roodbloedige Adam heeft hij gezegd:
omdat je gehoor hebt gegeven
   aan de stem van je vrouw
en at van de boom,
waarover ik je had geboden en gezegd:
'eet van hem nxedet!'
is nu de bloedrode grond
   om jouwentwil vervloekt;
in pijn zul je van haar eten
al de dagen van je leven;

3:18

doornen en distels
   zal ze voor je laten ontspruiten,-
en eten zul je het gewas van het veld!-

3:19

met het zweet in je neusgaten
   zul je je brood eten,
totdat je terugkeert tot de bloedrode grond,
want uit haar ben je genomen,
ja, stof ben jij
en tot stof keer je terug!

3:20

De bloedrode mens
   roept als naam voor zijn vrouw uit 'Eva',-
   levensbron,-
want zij is de moeder geworden
   van al wie leeft.

3:21

Dan maakt de Ene, God,
   voor roodbloedige Adam
   en voor zijn vrouw
   mantels van huid
   en kleedt hen aan.
x95

3:22

Dan zegt de Ene, God:
ziehier, de roodbloedige mens is geworden
   als xe9xe9n van ons
en heeft kennis van goed en kwaad;
welnu, laat hij niet zijn hand uitstrekken
en ook nog nemen van de boom des levens
en eten zodat hij leeft voor eeuwig!

3:23

Zo zendt de Ene, God, hem heen
   uit de hof van Eden;
om de bloedrode grond te dienen
waaruit hij is genomen;

3:24

hij verdrijft de roodbloedige mens,-
en doet hem ten oosten
   van de hof van Eden wonen
   met de cheroeviem
en het flakkeren van het wentelende zwaard,
ter bewaking van
de weg naar de boom des levens.
x95x95

4:1

De roodbloedige mens
bekent Eva, zijn vrouw;
zij wordt zwanger en baart Kaxefn,- verworvene!
Ze zegt:
verworven heb ik een man, bij de Ene!

4:2

Vervolgens baart zij
zijn broeder Abel,- ijlheid;
Abel wordt herder over wolvee,
Kaxefn
is dienaar van de bloedrode grond geworden.

(vertaling: Naardense Bijbel, Pieter Oussoren)

2e lezing

Koran 20:115 Wij, God, gaven Adam een opdracht,

maar hij vergat het.

Wij vonden bij hem geen vastheid.

116 Wij zeiden tot de engelen: x91Buigt eerbiedig neer voor Adamx92.

Zij bogen, behalve de duivel Iblis, eigengereid.

117 Wij, God, zeiden: x91Adam. Dit is een vijand van jou en je vrouw;

laat hij jullie dus niet uit de tuin verdrijven tot grote narigheid.

118 Het is jou gegund dat jij er geen honger lijdt, geen naaktheid;

119 dat jij er geen dorst hebt, noch onder hitte lijdt.x92

120 Maar de satan fluisterde hem in en zei:

x91Adam zal ik jou de boom van het eeuwige leven wijzen

en een heerschappij tot oneindigheid?x92

121 Zij aten en hun schaamte werd voor hen zichtbaar

en zij bedekten zich met bladeren uit de tuin.

Adam was ongehoorzaam aan zijn Heer, misleid.

122 Daarna koos zijn Heer hem, wendde zich tot hem, weer goed geleid.

123  Hij, God, zei tot de mens en de duivel:

x91Weg hieruit, allebei, elkaar tot vijand.

Als er dan van Mij een handleiding komt,

dan zal wie Mijn handleiding volgt niet dwalen in vergetelheid.

124 Maar wie zich van Mijn vermaning afwendt die zal een benauwd leven leiden

en hij wordt op de opstandingsdag blind voorgeleid.

125 Hij zal zeggen: x91Mijn Heer, waarom hebt U mij blind ter verzameling geleid,

terwijl ik toch zag in gezondheid?x92

Preek

We lezen vandaag verhalen over het begin. Scheppingsverhalen. Verhalen over de oorsprong van de aarde, de oorsprong van het leven.

Het zijn verhalen die we allemaal kennen, of je nu gelovig bent opgevoed of niet. Adam en Eva, de boom van kennis van goed en kwaad, de verdrijving uit het paradijs, het behoort tot ons collectieve geheugen, maakt deel uit van onze cultuur.

Iedere cultuur heeft zijn eigen scheppingsverhalen. Als je wat rondgoogelt kom je ze tegen uit alle culturen, Aziatische, Zuidamerikaanse, verhalen uit Australie, Afrika en Europa.

Meestal noemen we deze verhalen mythen. Een mythe is een heilig verhaal, een verhaal dat een bijzondere waarheid bevat.

En vandaag staan wij dan voor de uitdaging de bijzondere betekenis van de verhalen over Adam en Eva te doorgronden.

Dat is geen geringe opgaaf, omdat deze verhalen een hoop aan zich hebben kleven. De verhalen van Adam en Eva zijn in de geschiedenis van de kerk en van de theologie veel in relatie gebracht tot zonde en vandaar tot erfzonde. Dat is een.

De verhalen zijn gebruikt om de onderschikking van de vrouw aan de man duidelijk te maken. Dat is twee.

En op de derde plaats hebben de verhalen vaak gediend als rechtvaardiging voor het overheersen van de aarde door de mens.

Alledrie de interpretaties zijn onterecht. Maar voordat ik daar iets meer over zeg, eerst nog iets over het gegeven dat we vandaag uit twee heilige boeken lezen: de bijbel en de Koran.

 Het is jullie ongetwijfeld opgevallen dat de Korantekst overeenkomsten heeft met de Bijbeltekst.

We mogen er van uitgaan dat de Koranschrijver de Genesistekst heeft gekend. Karel heeft ons uitgelegd dat we de Korantekst moeten lezen als een uitleg van de Bijbeltekst, die veel eerder is geschreven en in die tijd (ja, toen ook al!) door iedereen gekend werd.

Er zijn naast overeenkomsten ook verschillen tussen beide teksten. Ik neem overeenkomsten en verschillen mee in mijn bespreking van de themax92s die ik al eerder noemde. Ga er maar even voor zitten want dit wordt (voor mijn doen) een lang verhaal.

We beginnen met de erfzonde.

We hebben de theologische gedachtengang van de erfzonde vooral te danken aan Augustinus, en in zijn voetspoor Maarten Luther.

Augustinus baseert zich daarvoor op Paulus. Het voert te ver nu helemaal uit te gaan leggen hoe hij dat doet; we kunnen volstaan met te constateren dat Paulus het verhaal van Adam en Eva leest door de bril van het Nieuwe Testament.

Als dit niet over erfzonde gaat, hoe zit het dan wel?

Volgens mij gaat dit verhaal over de vraag die gelovigen al heel lang bezig houdt: hoe komt het toch dat er kwaad in de wereld is. De oorsprong van het kwaad.

God heeft de boom van kennis van goed en kwaad midden in de tuin gezet. De vrouw, Eva, eet toch van die boom, gestimuleerd door vragen van de slang. Zij ziet dat de boom haar gaat helpen om inzicht te krijgen, of, anders vertaald, wijsheid te krijgen.  Als de vrouw, en de man met haar, besluit om te gaan eten, is het gevolg dat zij weten dat zij naakt zijn. Zij worden zich ergens van bewust, komen tot de jaren des onderscheids. Het doet denken aan pubers die volwassen worden, zich bewust worden van hun seksualiteit. En de volwassen wording heeft ook met kennis, wijsheid en inzicht te maken. Onderscheid maken tussen goed en kwaad moet je niet lezen als dat je of het een, of het ander kunt doen, maar dat je het hele spectrum overziet, een bewustzijn krijgt van de dingen, van goed tot slecht. Dat inzicht is niet iets dat je zomaar krijgt, maar dat je moet verwerven. En dat hebben ze gedaan, Adam en Eva.De negatieve kanten van die verworven kennis zijn pijn en moeite, ellende en smart, zwoegen en ploeteren. Zien hoe complex het bestaan is brengt ook problemen met zich mee, en verlies. Maar zonder het onderscheidingsvermogen dat ook de kennis van de seksualiteit met zich meebrengt, zou de mens zich niet kunnen voortplanten.

In de Koran wordt de mens ook de tuin uit gegooid, maar krijgt Adam vergeving voor de overtreding van het gebod. Waarmee de verworven kennis overigens niet ongedaan wordt gemaakt.

 

We gaan naar punt twee, de relatie tussen man en vrouw.

Wat opvalt als je de Korantekst leest: hier wordt  Eva niet met name genoemd, maar gaat het over  Adam en zijn echtgenote. Leuke bijkomstigheid is dat het Arabische woord voor Adam vrouwelijk is.

In het hebreeuws, de grondtaal van Genesis, is er ook iets leuks aan de hand met het woord Adam. Het wordt namelijk met en zonder lidwoord gebruikt. Bij de schepping van de mens  wordt het lidwoord gebruikt. Hier is het dus de mens, en niet de man. De vrouw wordt geschapen als hulp die bij hem past. In de Psalmen wordt God vaak een hulp voor de mens genoemd, met hetzelfde hebreeuwse woord. We kunnen er dus niet van uitgaan dat de vrouw als hulp ondergeschikt is aan de man. De schepping van de vrouw uit de rib van Adam geeft aan dat de vrouw op hetzelfde nivo staat. En dan wordt gesproken over isj en isja, man en vrouw. We zien dat de man ontstaat op hetzelfde moment als de vrouw ontstaat; en daarvoor was er alleen de mens.

In de tekst die we vandaag lezen staat dat de man zal heersen over de vrouw. Dit is vaak uitgelegd als: de man is de baas over de vrouw. Echter, het hebreeuwse woord voor heersen is hetzelfde als dat waarin gezegd wordt dat de hemellichamen heersen over de aarde. Het gaat daarbij niet om overheersen, maar om de beschrijving van een relatie.

De vrouw heet Eva, wat betekent: de schenker van het leven. En hoe dat leven in elkaar zit, met alle ups en downs, staat in de regels daarvoor: de vrouw baart, maar dat doet pijn en is zwaar, de mens  (en waarschijnlijk wordt hier man en vrouw bedoeld) bebouwt de aarde, maar dat kost pijn en moeite. Het leven heeft zich geopend met alle aspecten die daarbij horen, en daar zitten ook de moeizame kanten van het bestaan bij inbegrepen. Voor man en vrouw, als twee gelijken.

 

Dan de relatie tussen mens en aarde.

Pieter Oussoren vertaalt in de Naardense bijbel de adam, dus de mens, consequent met: de roodbloedige mens. De aarde vertaalt hij steeds als: de roodbloedige aarde. Beide woorden hebben dezelfde stam en komen van het woord voor rood. En wij kunnen ons daar misschien weinig bij voorstellen, maar de mensen die in Palestina zijn geweest weten dat de aarde daar rood is. De rode aarde en het rode bloed van de mens zijn twee levensbeginselen die nauw op elkaar betrokken zijn. Niet als de een die heerst over de ander, maar als de mens die afkomstig is van de bloedrode aarde en daarnaar terugkeert. De mens is een aardwezen, en de aarde is afhankelijk van de mens om vrucht voort te brengen.

 

Goed. Drie misverstanden over het Genesisverhaal heb ik nu, hopelijk, om zeep geholpen. En als het meezit zijn we nu wat verder met wat de tekst ons te zeggen heeft.

We hebben gezien dat volwassen zijn, inzicht hebben, betekent dat de ambivalentie van het bestaan zich aan je opdringt, dat de dingen niet goed of slecht zijn, maar dat je met wijsheid leert het hele spectrum te overzien en ontdekt dat pijn en verdriet bij het leven inbegrepen zijn. We hebben gezien dat mannen en vrouwen elkaars gelijken zijn, partners. Overigens zegt de tekst niets over seksualiteit als homoseksualiteit. Ik ga er van uit dat de gelijkwaardigheid van mensen universeel is, ook in man-man en vrouw-vrouw relaties.

En tenslotte hebben we gezien dat de aarde en de mens van elkaar afhankelijk zijn en op elkaar betrokken zijn, als twee gelijkwaardige partners.

Nu hebben we nog een ding niet besproken: de duivel. Die is in de Korantekst prominent aanwezig. In de Bijbeltekst komt de duivel voor in de gedaante van de slang die de vrouw overhaalt van de boom te eten. In de Koran dalen mens en duivel gezamenlijk af, elkaar tot vijand. Wat ik daar wel mooi aan vind: de duivel, het kwade, is iets buiten de mens, dat strijdt met die mens. Zoals wij onszelf teweer moeten stellen tegen alles waarvan we denken, vermoeden of weten, dat het een negatieve invloed op ons heeft. Verleidingen, of verslavingen. Teveel van het een of het ander. In de psalmen wordt ook regelmatig gesproken over vijanden. Pas na lezing van deze tekst begreep ik dat ik die ook kan zien als verleidingen buiten mijzelf, die me proberen over te halen te doen wat niet goed is voor mijzelf of wat schade berokkent aan mijn naaste of aan de natuur. Dat die duivel, (als personificatie van de verleidingen) kans van slagen heeft, dat komt doordat het aanhaakt bij iets in mijzelf. Het is waarschijnlijk niet moeilijk te bedenken hoe die verleidingen er in jouw leven uitzien. Ik ben er van overtuigd dat iedereen ze heeft. Zelfs Jezus had ze.

Kijk, dat is het nou hxe8, met die mythen, ze bieden teveel stof tot nadenken waardoor ik dus een veel te lange preek geschreven heb.

Terwijl de clou toch zo eenvoudig is: God heeft ons geschapen als zijn beeld en gelijkenis, als gelijkwaardig aan de aarde, als gelijkwaardig aan elkaar, met als opdracht en gegeven dat wij met pijn en moeite volwassen worden, groeien aan het leven en aan elkaar. Vanuit dat besef van verbondenheid mogen wij leven, fouten maken en opnieuw beginnen, de verleidingen overwinnend, in betrokkenheid op elkaar en op de aarde waaruit wij voortkomen.

Zo moge het zijn.

Preek 3 juli 2011 EUG

Matteus 13
10 De leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen: x91Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?x92 11 Hij antwoordde: x91Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven. 12 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen. 13 Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. 14 In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling:
x93Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen,
en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben.
15 Want het hart van dit volk is afgestompt,
hun oren zijn doof
en hun ogen houden zij gesloten.
Met hun ogen willen ze niets zien,
met hun oren niets horen,
met hun hart niets begrijpen.
Want anders zouden ze tot inkeer komen
en zou ik hen genezen.x94
16 Gelukkig jullie ogen omdat ze zien, en jullie oren omdat ze horen! 17 Want ik verzeker jullie: vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en te horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.
 
Preek

Jezus, waarom spreek je in gelijkenissen tot de mensen? vragen de leerlingen.

Waarom vertel je niet gewoon een rechtoerechtaan verhaal over wat de mensen moeten doen, hoe ze moeten leven, waarom vertel je hen niet over God in bewoordingen die klinkklare taal zijn? Maak je het zo niet ingewikkelder dan nodig?

En zou het ook voor ons niet een stuk simpeler zijn als er in de bijbel stond wat we moesten doen, inplaats van steeds maar die cryptsche verhalen waar we dan weer chocola van moeten maken voor ons eigen leven?

 Verhalen, gelijkenissen, parabels, spreken in een andere taal. Wel gewoon Nederlands, maar een taal van beelden, metaforen.

Huub Oosterhuis heeft het over een taal naast de gewone alledaagse een en een is twee taal. De taal van de poxebzie, van de mythen, van de verhalen die waarheden blootleggen die we in onze rechtoerechtaantaal niet eens kunnen zeggen. Een taal die omfloerst, die eromheen lijkt te draaien, om het geheim dat leven heet.  Zoals het verhaal van Orpheus en Euridice, of van Romeo en Julia, de intensiteit van liefde en gemis doet voelen, meer dan je kunt zeggen als je over je eigen emoties praat.

Het fijne van verhalen is dat ze vaak gaan over  universele dingen, die je naast je eigen leven kunt leggen en erop kunt betrekken. De waarheid van een verhaal komt pas aan het licht als je het legt naast, of beter nog, bovenop wat jij meemaakt in jouw leven. Dan krijgen de verhalen zin en betekenis.

Jezus maakt een onderscheid tussen mensen die zien en mensen die niet zien. Mensen die horen en mensen die niet horen. Mensen die begrijpen en mensen die niet begrijpen. En wat er dan gezien, gehoord en begrepen moet worden, dat zijn de geheimen van het koninkrijk.

Het  horen, zien, begrijpen van het koninkrijk, waarover hier wordt gesproken, is tweerichtingsverkeer: een beweging van de mensen naar God, en een beweging van God naar de mensen. Niet iedereen heeft het talent om de geheimen van het koninkrijk te verstaan. Net zoals niet iedereen een religieus aanvoelen heeft, een besef van wat groter is dan ons en ons door het leven draagt.

Het  maakt nieuwsgierig naar wat dat dan is, die geheimen van het koninkrijk.

Ik ben zelf opgehouden te denken over het koninkrijk als een punt in de tijd waar we naartoe gaan. Dat koninkrijk van u, wordt dat nog wat? Dichtte Reve. Ik geloof steeds meer dat het koninkrijk van God momenten zijn waarop je het ziet, waarneemt, er opeens middenin zit. Soms is het er even, dat koninkrijk. Plaatselijk en tijdelijk, en het volgende moment is het weer weg.

In het Matteusevangelie zegt Jezus er van alles over, over wat het koninkrijk is.

Hij stelt het koninkrijk van God vaak tegenover aardse, materixeble dingen. Een tekst die mij daarbij altijd bijzonder aanspreekt is die waarin Jezus zegt: Wees niet bezorgd, vraag niet wat zullen we eten, wat zullen we drinken. Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet, kijk naar de lelies op het veld, ze werken niet en weven niet. Richt je, kortom, op wat er toe doet. Zoek het koninkrijk en alles wat daarbij hoort en de rest zal je gegeven worden.

Het koninkrijk is wat er toe doet, en dat heeft weinig met materixeble zekerheid en alles met gerechtigheid te maken. Met werken aan een samenleving waarin plaats is voor ieder, waarin ieder tot zijn/haar recht komt, mag bloeien.

En er zit dus ook een geheim aan, aan dat koninkrijk.

Wat er toe doet in deze wereld, waarin wij nu leven, en in jouw leven, op dit moment, is iets anders dan wat er toe doet in de tijd van Jezus, en in jouw leven vijftien jaar geleden.

Jezus zegt ook dat het koninkrijk al begonnen is, verborgen aanwezig in het nu, als een zaadje in de akker of een begraven schat. Dat is grijpbaarder.

Als wij worden uitgenodigd te horen, te zien, te begrijpen, wat valt er dan te horen en te zien en te begrijpen?

Op de eerste plaats gaat het om het maken van het onderscheid tussen wat er toe doet en wat er niet toe doet. De belangrijke zaken onderscheiden van de beuzelarijen. Aandacht geven aan wat belangrijk is in het leven, in jouw leven en in het leven van de mensen om je heen, dichtbij en ver weg.

Wie x91De 7 eigenschappen van effectief leiderschapx92 van Stephen Covey heeft gelezen zal dit herkennen als: geef voldoende tijd aan wat belangrijk is en niet urgent (in de zin van dat het je onmidellijke aandacht opeist). Kwadrant II, voor de insiders. Hij bedoelt hiermee: er zijn dingen die een wezenlijk verschil maken voor de kwaliteit van je leven, van je werk, van alles wat je doet. Veel van die dingen sneeuwen onder, of dreigen onder te sneeuwen door de waan en de hektiek van alledag. De dingen die zich voordoen als urgent en belangrijk. Voor mij zijn dat soort dingen: het beantwoorden van e-mail, of facebook bijhouden.

Het wonderlijke is dat wanneer je in staat bent om meer te focussen op wat echt belangrijk is in het leven, de dingen die om aandacht lijken te schreeuwen minder belangrijk worden.

Om het concreet te maken: vraag je eens af wat je nu niet doet, maar wat een wezenlijk verschil zou maken in je leven als je het wel deed.  Iedere dag beginnen met meditatie of gebed, bijvoorbeeld. Iedere dag aandacht geven aan je kinderen en je partner, als je die hebt. Wekelijks tijd nemen voor een of andere vorm van bezinning, pas op de plaats. Je verdiepen in wat er in de wereld gebeurt, of wat er op een specifieke plek, of in een specifiek gebied aan de hand is. Iemand in je omgeving die het moeilijk heeft nabij zijn.

Op de tweede plaats gaat het om kijken, horen, begrijpen. Oog hebben voor het verborgen koninkrijk.

Voor mij begint dat met oog hebben voor wat ik ervaar als de heiligheid van het dagelijks leven.  Als je om je heen kijkt is er veel te zien en te horen dat het leven de moeite waard maakt, dat verwijst naar wat er toe doet. Eenvoudige dingen als een bloeiende struik, de regen die losbarst in de avond na een warme dag, een gedicht dat je toevalt, een vriendelijk woord van iemand die je toevallig tegenkomt, lachen om iets grappigs. Maar het gaat verder. Ik heb eens de moeite genomen om elke dag een goed nieuws bericht uit de krant te knippen, wekenlang, en daar een collage van te maken. Allemaal tekenen van hoop, waarin het koninkrijk van God niet alleen zichtbaar is, maar, sterker nog, aanwezig is. Mensen in Italixeb die dansen op straat omdat ze in een referendum hebben laten weten wat ze belangrijk vinden en wat ze beslist niet willenx85x85x85x85.

Verhalen helpen ons om te komen bij die verborgen schatten. Om te zien wat er toe doet in het leven. Om aandacht te hebben voor kleine en grote wonderen en tekenen van hoop. Die verhalen zijn niet eenduidig, de gelijkenissen die Jezus ons vertelt wrikken vaak een beetje, zetten ons op een ander been, of soms weten we niet eens op welk been we moeten gaan staanx85 maar ze bieden ruimte voor onze eigen invulling, om te zien wat nu, in jouw leven, de verborgen zaadjes van het koninkrijk zijn, de vonkjes onder de as, de schatten die begraven liggen en wachten om opgedolven te worden.

Het is al begonnen, dat koninkrijk van God. Kijk maar goed. Luister. Gods aanwezigheid in de wereld is zo duidelijk als het maar zijn kan.

Zo moge het zijn.

 

 

 

Preek 12 juni 2011 (eerste pinksterdag, intrede als pastor in de EUG)

Handelingen 2, 1-13

1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. 5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: x91Het zijn toch allemaal Galileexebrs die daar spreken? 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamixeb, Judea en Kappadocixeb, mensen uit Pontus en Asia, 10 Frygixeb en Pamfylixeb, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libixeb, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabixeb x96 wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.x92 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: x91Wat heeft dit toch te betekenen?x92 13 Maar sommigen zeiden spottend: x91Ze zullen wel dronken zijn.x92

1 Kor.2,1-16

Inleiding op de lezing:

We lezen uit de brief van Paulus aan de gemeente van Korinthe. Die gemeente is eerder door Paulus gesticht. Paulus reageert in zijn brief op berichten die over de gemeente aan hem zijn verteld, en hij probeert de gemeente te overtuigen van zijn zijn visie op de wijze waarop de christenen dienen te leven.

 1 Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. 2 Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus x96 de gekruisigde. 3 Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. 4 De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, 5 want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.

6 Toch is wat wij verkondigen wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. Het is echter niet de wijsheid van deze wereld en haar machthebbers, die ten onder zullen gaan. 7 Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid, een wijsheid waarover God vxf3xf3r alle tijden besloten heeft dat wij door haar zouden delen in zijn luister. 8 Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid herkend; zouden ze haar wel hebben herkend, dan zouden ze de Heer die deelt in Gods luister niet hebben gekruisigd. 9 Maar het is zoals geschreven staat: x91Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.x92 10 God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. 11 Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. 12 Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken. 13 Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke. 14 Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden begrepen. 15 Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles doorgronden, en zelf wordt hij door niemand doorgrond. 16 Er staat immers geschreven: x91Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?x92 Welnu, onze gedachten zijn die van Christus.

Preek

Het is vandaag Pinksteren. Het feest van de komst van de Geest.  En omdat we goed willen nadenken over wat die komst van de Geest voor ons betekent, lezen we vandaag naast het bekende verhaal uit Handelingen ook een stukje uit de eerste brief van Paulus aan de Korintixebrs.

Maar: als het jullie net zo vergaat als ons tijdens de dienstvoorbereiding, dan trekt  die brief in eerste instantie meer rookgordijnen op dan dattie verheldering biedt.

Waar heeft Paulus het in vredesnaam over? Wat is het nou eigenlijk dat hij die christenen in Korinthe aan het verstand wil peuteren? En dan natuurlijk ook de vraag: wat heeft de brief ons te bieden?

Helemaal precies kunnen we het nooit weten, want wij horen deze tekst met eenentwingste-eeuwse oren en niet met eerste-eeuwse oren. Maar we hebben er een paar themax92s uitgeplukt.

Paulus heeft het over wijsheid in relatie tot de Geest van God. Die Geest zorgt ervoor dat de wijsheid echte wijsheid is en geen beuzelpraat.

Maar hoe weet je nou of je wijsheid van Gods Geest komt?

Paulus maakt nogal een sterke tegenstelling tussen christenen en niet-christenen, en daarbij weten de christenen het natuurlijk beter, want die hebben de Geest. Dat ziet er nogal eigendunkerig uit. Is die tegenstelling die Paulus maakt tussen wereld en christenen niet wat al te scherp?

Het eerste thema.

In de eerste verzen spreekt Paulus over een verborgen en geheime wijsheid. Een wijsheid die ons geopenbaard is door de Geest. Het gaat dan om wijsheid die er eigenlijk altijd al was.

Je zou dit kunnen lezen als: er zijn een aantal grondwaarden in het menselijk bestaan, die eigenlijk door alle eeuwen heen blijven gelden. Het gaat dan om begrippen als liefde, gerechtigheid, vrede. Jezus heeft ons laten zien hoe die begrippen handen en voeten kunnen krijgen in het dagelijks leven van zijn tijd. En wij staan voor de opdracht die grondwaarden vorm te geven in onze tijd. En bij dat vormgeven kun je, moet je je misschien wel laten inspireren door de Geest.

Want: de wijze waarop liefde en gerechtigheid vorm gegeven worden verandert. Het is nu anders dan in de tijd van Jezus. Maar ook binnen je eigen leven verandert het. Iemand van ons gaf als voorbeeld: vroeger verstond ik liefde, of liefhebben, vooral als jezelf opofferen, wegcijferen voor anderen. Nu heb ik daar een andere invulling aangegeven, waarbij ik ook liefde voor mezelf mag hebben en de keuzes voor anderen niet altijd ten koste hoeven te gaan van het zorgen voor mezelf.

Je eigen geloof, datgene waar je op vertrouwt, waarop je hoopt, waaraan je vorm probeert te geven, is zo steeds in beweging, als een weg die je aflegt, op weg naar God.

Maar ja, de Geest is geen telefoonlijn vanuit de hemel die vertelt hoe we ons geloof nu handen en voeten moeten geven. Hoe vind je daarin je weg?  Hoe zoek je uit wat God van je wil, wat je roeping of je bestemming is?

Wij waren het erover eens: in je eentje lukt je dat niet. Je toetst je mening, je ideexebn, datgene wat je belangrijk vindt, aan de ideexebn en gedachten van anderen. Je toetst aan wat je in de bijbel leest, en wat je door anderen verteld wordt over wat dat betekent. En je toetst, ook niet onbelangrijk, aan de traditie en de leer van de kerk. De kerk doet  uitspraken over allerlei zaken, en het is belangrijk om die mee te nemen in de vorming van je eigen geweten en je eigen inzichten. Ook een mening die tegengesteld is aan wat je zelf vindt kan je helpen om te komen bij het diepe weten in jezelf. Het kan heel verhelderend zijn om erachter te komen waarom je het ergens niet mee eens bent.

Soms word je enorm gexefnspireerd door de bijbel, door de kerk of door wat anderen zeggen of doen, en soms tast je eindeloos in het duister. Je gaat ook in gesprek met jezelf, en met God: door stil te zijn, door te bidden, door open te staan voor wie of wat er op je pad komt. En, het klinkt een beetje belegen, maar wij constateerden dat wijsheid ook groeit met de jaren. Je groeit aan het leven, leert nuanceren en je oordeel uitstellen, eenvoudig omdat je meer gezien en meer meegemaakt had. Levenservaring, noemde mijn vader dat vroeger. O, wat had ik als puber een gruwelijke hekel aan dat woord! Maar nu ben ik het met hem eens, postuumx85

Mensen komen op verschillende manieren tot wijsheid. De een zoekt meer het gesprek, de ander meer de stilte, en soms duurt het heel lang voor je antwoord op je vragen vindt. De leerlingen in het verhaal uit Handelingen moesten ook wachten tot de Geest over hen kwam. Ze zaten bij elkaar, binnen, naar binnen gericht, en baden en spraken met elkaar. Toen de Geest over hen kwam wisten ze wat hen te doen stond.

Als het er is, als het wachten, zoeken, bidden, praten ten einde is dan weet je, diep van binnen: dit is goed. En even later begint het hele proces weer van voren af aan, of ontdek je opeens: he, ik ben hier toch anders over gaan denken.

Zijn christenen daarmee andere mensen dan niet-christenen? Paulus maakt een nogal scherp onderscheid tussen de geest van de wereld en de Geest die van God komt.

Maar daarbij is het natuurlijk de vraag of christenen het monopolie hebben op de Geest die van God komt.

Welke Geest komt van God?

De Geest die uitgaat van de liefde. Van de ontferming, het mededogen, de rechtvaardigheidx85 De keuze voor de minsten der minsten.  En ook mensen die macht hebben gaan soms uit van deze begrippen, of doen een poging daartoe, of ze nou gelovig zijn of niet. Als Paulus heel massief spreekt over de machthebbers die niet deugen, dan heeft hij het over de machthebbers die Christus hebben gekruisigd.  Er zijn ook vandaag de dag machthebbers die anderen kruisigen, letterlijk door ze te martelen, op te sluiten, te laten sterven aan geweld of aan honger x96 ook een vorm van geweld. Of mensen kruisigen door ze geen plek te gunnen, op te jagen, tot zondebok te maken, te veroordelen op grond van hun geloof of hun afkomst.

Gelukkig kennen wij ook mensen met macht die steeds zoeken het goede te doen vanuit liefde, al lukt dat de ene keer beter dan de anderex85 maar dat geldt immers voor ons allemaal.

Wij als EUG, als gemeenschap weten ons gexefnspireerd door de Geest van God. We praten met elkaar over wat we geloven, we bidden samen, we zingen samen, we denken samen na over de bijbel, we zoeken naar de betekenis van de  traditie van de kerk voor ons geloof en ons leven, we delen onze vreugde en ons verdriet, we proberen vorm te geven aan onze betrokkenheid op de wereld. Als gemeenschap zijn we afkomstig uit allerlei verschillende kerken en tradities, en sommigen van ons zijn niet gelovig opgevoed maar hebben hier een thuis gevonden. We zoeken samen naar het goede en inspireren daarbij elkaar, want alleen kunnen we het niet.

Ik ben ontzettend blij, en trots, dat ik daarbij jullie voorganger mag zijn, want deze gemeenschap, deze plek, deze traditie inspireert mij al jaren. Ik wil jullie bedanken daarvoor. En tegelijk draait het natuurlijk niet om mij, ik bedoel als persoon, maar om de zoektocht die wij gezamenlijk doen, in verbondenheid met de kerken. Om die reden heb ik er voor gekozen een gebedsmantel te gaan dragen: om zichtbaar te maken, dat ik hier niet namens mezelf sta, maar dat we hier bijeenzijn in de kracht van de Geest, en dat ik mij gezonden weet door jullie en door de Eeuwige. En misschien vallen die twee wel samen, op zijn minst voor een deel.

Ik hoop dat we elkaar zullen blijven voeden en inspireren. Ik wil jullie vragen mij te corrigeren en bij te sturen als ik af dreig te dwalen, en ik zal op mijn beurt mijn uiterste best doen de verbinding te zoeken, zoals ik dat steeds heb gedaan in deze gemeenschap.

Wij mogen erop vertrouwen dat de Geest van God ons inspireert, ons verwarmt, verbindt. Wij hebben de opdracht God te blijven zoeken, te blijven zoeken naar wat er toe doet, te blijven zoeken naar hoe wij de liefde van God handen en voeten geven, met Jezus als ons lichtend voorbeeld. En wij doen dat in verbondenheid met elkaar, want waar twee of drie in Zijn naam bijeenzijn, daar is Hij in ons midden.

Zo moge het zijn.

 

 

Preek 22 mei (UMC)

Handelingen 6,1-7
1 Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. 2 Daarop riepen de twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen en zeiden: x91Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord. 3 Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, 4 terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.x92 5 Alle leerlingen stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de heilige Geest, en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaxfcs, een proseliet uit Antiochixeb. 6 Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen oplegden. 7 Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.
Johannes 14,1-12
1 Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. 2 In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? 3 Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben. 4 Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga.x92 5 Toen zei Tomas: x91Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?x92 6 Jezus zei: x91Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. 7 Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien.x92 8 Daarop zei Filippus: x91Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.x92 9 Jezus zei: x91Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? 10 Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. 11 Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet. 12 Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader.
 

Inleiding

Goedemorgen, welkom in deze viering. Fijn dat u hebt kunnen komen. We willen ook bijzonder welkom heten alle mensen die via de radio met ons meeluisteren.
Er is een chassidisch verhaal van een rebbe die buiten komt en z'n dochtertje ziet huilen.
Hij vraagt: "Waarom huil je?" 
Dan antwoordt ze: "We waren verstoppertje aan het spelen, maar ze zoeken me niet."
Daarop zegt de rebbe: "Zo voelt God zich ook. Hij heeft zich verstopt opdat wij Hem zouden zoeken, maar niemand zoekt Hem."

We lezen vandaag over Jezus die aan ziet komen dat hij gedood zal worden, en over de leerlingen die dat ook aan zien komen. Jezus troost zijn leerlingen door duidelijk te maken dat met zijn dood het laatste woord niet gezegd zal zijn. Wat dat betekent, dat horen we straks.

 
Preek

In het kerkelijk jaar bevinden we ons in de tijd na Pasen, maar voor Hemelvaart en Pinksteren.

Het is de tijd waarin de leerlingen van Jezus wisten dat Jezus was opgestaan, maar de consequenties daarvan nog niet konden bevatten. Ze wisten dat Jezus was verrezen, maar wat dat nou concreet betekende voor hun eigen leven, daar hadden ze geen idee van. Daarvoor moest eerst de Geest van Pinksteren over hen komen x96 en daar zijn we nog niet.

 

In deze periode voor Pinksteren, voor Hemelvaart, lezen we een tekst over Jezus. Eigenlijk is het een soort toespraak. En die toespraak hield Jezus bij het laatste avondmaal. Het moment waarop hij met zijn leerlingen aan tafel zat en iedereen wist: hier gaat zo meteen iets enorm mislopen. Een geladen bijeenkomst waarin al het nodige is gebeurd. Judas is vetrokken om Jezus te verraden. Petrus heeft gezegd dat hij Jezus tot in de dood zal volgen, en Jezus heeft gezegd dat Petrus dat nou wel kan zeggen, maar dat hij hem binnen een paar uur driemaal verloochent zal hebben.

 

De spanning spat ervan af. Niet bepaald een ontspannen etentje ter gelegenheid van het Joodse Paasfeest.

De tekst van vandaag begint en eindigt met vertrouwen.

Jezus start dit gedeelte van zijn toespraak (die nog veel langer is) met de tekst: wees niet ongerust en vertrouw op mij. En aan het einde van de lezing staat weer: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik en zelfs meer dan dat.

En in het midden van de tekst staat waar het in deze tekst eigenlijk om draait: ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij.

 

Deze tekst is door christenen vaak op de volgende manier uitgelegd: je kunt alleen maar in de hemel komen, als je gelooft dat Jezus de zoon van God is. Met andere woorden, alleen gelovige christenen komen in de hemel.

Als je dat gelooft is het je dure plicht om zoveel mogelijk niet-christenen tot het christendom te bekeren, want dan zorg jij ervoor dat ze in de hemel komen.

 

Ik geloof zelf niet dat dit de strekking van de lezing is. Volgens mij is het net ietsje ingewikkelder. Ik ga proberen het uit te leggen.

 

Jezus zegt: als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn vader kennen, want jullie hebben hem zelf gezien.

Hoe hebben de leerlingen van Jezus dan de Vader gezien? Door naar Jezus te kijken.

Misschien is dat het best te begrijpen als je je realiseert dat God liefde is, en dat Jezus de vleesgeworden liefde van God is. Met andere woorden: als je naar Jezus kijkt, zie je hoe dat eruit ziet, liefde. En dus hoe God eruit ziet.

En hoe ziet dat dan er uit?  Nou, daarvoor staan aanwijzingen genoeg in de evangelieverhalen over Jezus. Jezus geneest mensen. Jezus is barmhartig en vergevingsgezind jegens mensen die iets misdaan hebben en die door de samenleving met de nek worden aangekeken. Jezus vindt dat de regels er zijn voor de mens, en niet de mens voor de regels. Waar hij komt geeft Jezus de liefde van God handen en voeten, letterlijk. Liefde doen, God doen, dat is wat we Jezus zien doen.

Jezus is zich hiervan bewust. Hij ziet, en zegt dat ook, dat wat hij doet, liefde doen, dat dat hetzelfde is als God zichtbaar maken voor de mensen.

En als Jezus aan het einde van de tekst zegt: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, dan zegt hij: wie net als ik gelooft dat God liefde is zal ook liefde doen, net als ik. Het is jullie opdracht om liefde te doen.

 

Niemand komt tot de Vader dan tot mij,en als je mij kent ken je de Vader. Dat betekent: als je ziet hoe dat gaat, liefde doen, dan kom je bij God.

Ik geloof dat God kijkt naar hoe wij liefde doen. Tot God komen is: net doen als Jezus, of nou ja, iets dat erop lijkt. God die liefde is zichtbaar maken, handen en voeten geven. Dat kan iedereen, of je nu christen bent of niet. Het gaat erom wat je doet.

 

Ik zei: net doen als Jezus of iets wat erop lijkt. Liefde doen, Jezus navolgen, gaat natuurlijk met vallen en opstaan. In de tekst uit Handelingen horen we dat terug.  De christenen die Jezus gingen volgen moesten zoeken naar hoe ze zichzelf zo zouden organiseren, dat het goed ging: gestalte geven aan Gods liefde. En hoe vaak gebeurt het ons zelf niet dat we iets goeds proberen te doen en dat het niet wordt opgemerkt, of verkeerd begrepen, of dat het een bijeffect heeft wat je niet had voorzien waardoor je goede bedoelingen in het water vallen.

Het is ook zoeken naar wat het nou is, dat God van ons wil. Ik ben vaak jaloers op de leerlingen die Jezus zelf meemaakten in hun leven. En zelfs voor hen was het vaak niet zo duidelijk.

Maar in het zoeken naar God, naar wat God van ons wil, naar hoe wij die liefde gestalte moeten geven, weten we dat God ook ons zoekt, en mogen we erop vertrouwen dat we elkaar zullen vinden en dat, al is het maar soms en maar even, God zichtbaar zal worden in ons en in de mensen om ons heen.

Zo moge het zijn.

 

Preek 24 april 2011 (Paasochtend)

Marcus 16
1 Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. 2 Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. 3 Ze zeiden tegen elkaar: x91Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?x92 4 Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 5 Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6 Maar hij zei tegen hen: x91Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 7 Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: x93Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.x94x92
8 Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

***

9 Toen hij vroeg op de eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen hij eerst aan Maria uit Magdala, bij wie hij zeven demonen had uitgedreven. 10 Ze ging het nieuws vertellen aan de mensen die hem hadden vergezeld en die nu om hem treurden en rouwden. 11 Toen ze hoorden dat hij leefde en dat zij hem had gezien, geloofden ze het niet. 12 Daarna verscheen hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de stad aan het wandelen waren. 13 Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen; maar ook zij werden niet geloofd.

 

Preek

Vannacht lazen we hier in de Janskerk dezelfde evangelietekst als vanochtend, minus het laatste stukje.

Vannacht was de laatste zin: ze (de vrouwen) waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

In het stukje dat we vanmorgen extra lezen verschijnt Jezus een aantal malen, eerst aan Maria Magdalena, dan aan de leerlingen in situaties die doen denken aan het verhaal van de Emmausgangers en het verhaal van de ongelovige Thomas.

Over Maria Magdalena wordt verteld dat ze het aan de leerlingen vertelt, maar niet wordt geloofd.

Dat is gek.

Eerst staat er dat de vrouwen tegen niemand iets zeggen, en even later vertelt Maria Magdalena het toch.

 Wat is hier aan de hand?

Er circuleren verschillende versies van het einde van het evangelie van Marcus. Over het algemeen wordt aangenomen dat deze verzen later zijn toegevoegd; ze refereren aan Bijbelverhalen uit andere evangelixebn, en die andere evangelixebn zijn allemaal later geschreven dan dat van Marcus.

Kennelijk heeft men in vroeger tijden het einde van het Marcusevangelie zo onbevredigend gevonden, dat men het nodig vond iets toe te voegen dat wat positiever en wat hoopvoller was.

Fijn, deze exegetische opmerkingen. Maar wat levert het op?

Het is een bevestiging van wat sowieso al opvalt aan de Marcusversie van het verrijzenisverhaal: dat het geen uitbundig overduidelijk triomfalistisch gebeuren is, maar een kwestie van zoeken, niet weten, bang zijn en niet geloven.

Laten we dat eens nader onderzoeken.

De vrouwen die het graf gaan bezoeken gaan vol vertrouwen op weg. Hoewel ze niet weten hoe ze de zware steen die voor het graf ligt weggerold moeten krijgen, nemen ze spullen mee om het lichaam van Jezus te balsemen. Het zijn dezelfde vrouwen die onder het kruis hebben gestaan toen Jezus stierf. Over de leerlingen wordt niet gesproken, maar deze vrouwen stonden Jezus bij totdat hij stierf, en zagen hoe hij in het graf werd gelegd. Als iemand moest weten hoe dood Jezus was dan waren zij het wel.

Deze vrouwen blijven voor Jezus zorgen ook als hij gestorven is. De drang om dit te doen is groter dan de vraag of ze wel bij het lichaam kunnen komen, met die steen voor het graf.

Ze schrikken als ze het graf binnenkomen en daar iets, of liever iemand anders aantreffen dan verwacht. De man in witte kleren lijkt een engel te zijn, een boodschapper van God. Hij meldt iets ongelooflijks, onbegrijpelijks: dat Jezus niet meer in het graf ligt, maar is opgewekt uit de dood. De engel zegt ook dat de vrouwen deze boodschap moeten doorgeven aan de leerlingen, maar de vrouwen zijn zo geschrokken dat dat er niet meer opzit.

In de toegevoegde verzen wordt er wel gesproken over de verrijzenis. Eigenlijk wel logisch, want als de vrouwen het aan niemand verteld hadden konden wij het nu ook niet weten.

Opvallend is dat niemand het gelooft, tenzij hij of zij het met eigen ogen ziet. Maria Magdalena wordt niet geloofd. De Emmausgangers worden niet geloofd. Het gaat om iets dat zo niet te vatten is dat je het niet gelooft als je het niet met eigen ogen hebt gezien.

We hebben in de voorbereidingsgroep nagedacht over wat dat verrijzenisverhaal ons nu te vertellen heeft. En wat wij aanmoeten met de aansporing om te geloven.

De ervaring dat je op een dood punt in je leven kunt aankomen, waarbij je denkt dat er geen toekomst meer is, was ons niet vreemd. Dat kan heel letterlijk zijn: zo ziek zijn dat er geen toekomst meer lijkt te zijn. Of meer psychisch: zo vast zitten dat je niet weet hoe het verder moet. Of iets er tussenin: zoveel verdriet hebben om het verlies van iemand die je lief is dat je je voelt alsof het leven hiermee afgelopen is.

Jezus nodigt ons uit te geloven. Te geloven in een leven na de dood. Te geloven dat er toekomst is, dat er leven is, ook al heb je nu geen idee hoe dat eruit zou moeten zien.

Zoals de vrouwen vol vertrouwen op pad gaan met die balsem en met totaal iets anders thuiskomen, zo worden wij uitgenodigd om op pad te gaan, al hebben we geen idee hoe het moet en waar het eindigt.

Een leven na de dood is mogelijk. Als je om je heen kijkt zie je waarschijnlijk voorbeelden genoeg. Mensen die totaal op de bodem van de put zaten, en die toch weer opgekrabbeld zijn, die iets nieuws zijn begonnen, of met wie iets nieuws is begonnen. Mensen die iemand verloren zijn en er totaal geen gat meer in zagen, maar toch doorgegaan zijn met lopen, de ene stap voor de andere, en leven. Mensen die op een dood punt zaten, totaal uitgeput,  gezondheid verloren, baan verloren, vrienden verloren of wat je allemaal nog maar meer kunt verliezen. Soms gaat het heel erg langzaam en soms denk je dat het er niet is, maar toch: er is leven.

Het is geen makkelijk verhaal. Marcus is niet voor niets blijven steken in de schrik en de ontreddering. De boodschap van leven was er, het geloof moest nog komen.

Degenen die het verteld werd geloofden pas toen ze het met eigen ogen zagen.

Ik nodig jullie uit om te geloven. Te geloven in het leven door de dood heen. Te geloven in een toekomst ondanks alles. Jezus zien we niet met eigen ogen, maar we zien wel overal om ons heen leven waar je het eerst niet voor mogelijk had gehouden. Zoals de natuur die weer tot leven is gekomen na een periode van dorheid en schijnbare levenloosheid.

Dood kan zijn dat het leven stillicht. Dat het eruitziet alsof er nooit meer iets zal komen.

Maar vandaag vieren we het leven. Dat we zien dat er toekomst is, dat het goed zal komen, dat we vertrouwen op de kracht van de liefde die ons doet opstaan en doet leven.

Halleluja!

 

Preek 20 maart 2011 (UMC)

Matteus 17,1-9
1 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. 2 Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. 3 Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. 4 Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: x91Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als u wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.x92 5 Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: x91Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!x92 6 Toen de leerlingen dit hoorden, wierpen ze zich neer en verborgen uit angst hun gezicht. 7 Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: x91Sta op, jullie hoeven niet bang te zijn.x92 8 Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen.
9 Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: x91Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.x92
 
Preek

In het evangelieverhaal van vandaag horen we hoe Jezus samen met Petrus, Jakobus en Johannes een berg opgaat. Bovenop de berg verandert Jezus van gedaante, en heeft hij een ontmoeting met Mozes en Elia. Petrus stelt voor om drie tenten te bouwen: een voor Mozes, een voor Elia en een voor Jezus (en waar slapen die drie leerlingen dan, vraag je je af?). Dan komt er een stem uit de hemel die zegt: Dit is mijn geliefde zoon.

En dan moeten ze weer gevieren de terugtocht aanvaarden, de berg af.

Ik werd in dit verhaal geraakt door de figuur van Petrus. Petrus, die door Jezus zelf is aangesteld als aanvoerder van de leerlingen. Petrus, die steeds vreselijk zijn best doet, maar telkens opnieuw door Jezus terug wordt gewezen, of vecht met zijn eigen angsten en verlangens.

Petrus volgt Jezus, maar kan de consequenties van die keuze nog niet helemaal overzien.

In hoofdstuk 16 van het Mattheusevangelie, een passage voor het stuk dat we vandaag lezen, vertelt Jezus aan Perus dat hij veel zal moeten lijden. Petrus protesteert: dat mag niet gebeuren! En dan maakt Jezus duidelijk dat dat lijden ook Petrus zelf niet bespaard zal blijven. Het navolgen van Jezus betekent dat je je kruis op je moet nemen, en je leven moet verliezen.

Petrus vindt het maar knap moeilijk. We kennen het verhaal van de verloochening van Petrus: als Jezus veroordeeld wordt door Pilatus ontkent Petrus tot tweemaal toe dat hij bij Jezus hoort. Uit angst.

Het lijkt alsof Jezus in het verhaal van vandaag Petrus een hart onder de riem wil steken. Petrus mag mee wanneer Jezus een ontmoeting heeft met Elia en Mozes. Mozes en Elia zijn belangrijke figuren in het Jodendom. Beiden hebben zij God mogen ontmoeten op een hoge berg. In de ontmoeting met deze twee figuren wordt duidelijk hoe Jezus in de traditie van het jodendom staat, en hoe nabij hij is aan deze twee mensen.

Petrus vindt het geweldig. Veel mooier dan die aankondigingen van Jezus over het lijden en de dood. Hij wil dit moment vasthouden, zolang mogelijk hier blijven, deze piekervaring vasthouden. Als we voor deze drie mensen nu eens tenten zouden bouwenx85 dan kunnen we dit moment vasthouden.

Maar dan laat God zich horen en (bijna) zien, net als bij die ontmoetingen van Mozes en Elia met God. Luister naar Jezus, zegt God.

En dan moet Petrus met Jezus en de andere twee leerlingen de terugtocht aanvaarden, de berg af.

Arme Petrus. Hij moet ervaren dat die piekervaring waaraan hij zox92n behoefte had maar even mag duren. Dat hij terug moet, het gewone leven weer in. Dat hij alles wat hem te wachten staat tegemoet moet zien, het hoofd moet bieden, inclusief het lijden dat ook hem niet bespaard zal blijven.

Jezus volgen betekent niet dat je het gewone leven verlaat en voortdurend vertoeft in de heerlijkheid van de Eeuwige. Jezus volgen betekent: de berg af een aan de slag.

Wat is dan de betekenis van die ontmoeting?

In de gedaanteverwisseling van Jezus mocht Petrus al een glimp opvangen van de verrijzenis. De wijze waarop Jezus aanwezig is is niet de gewone aardse aanwezigheid, maar een hemelse aanwezigheid, waarin de dood niet meer is.

Voordat het zover is moet Jezus zijn leven geven, het verliezen.  De radicaliteit van de keuzes die hij maakte hadden tot gevolg dat hij het zwaar te verduren kreeg. Maar hij wist waar hij het voor deed.

Ook van ons wordt soms gevraagd dat we keuzes maken die niet vanzelfsprekend zijn. Staan voor je principes, voor wat je belangrijk vindt, voor wat er echt toe doet in jouw leven en dat van anderen kan betekenen dat je de moeilijkheden niet omzeilt, maar ze juist tegemoet gaat.

Jezus laat zien dat een leven vanuit liefde, vanuit kiezen voor wat echt van belang is, uiteindelijk het laatste woord heeft.  Wat de mensen er ook van zeggen. Hoe lastig je het jezelf er ook mee maakt.

Jezus doet het voor, hoe het gaat, die weg, en weet zich daarbij vergezeld van God, de Eeuwige, die hem draagt en verlicht.

Zo mogen ook wij vertrouwen op de Eeuwige, die ons draagt als onze benen dreigen te bezwijken op de weg van het leven vanuit liefde.

Zo moge het zijn.

 

Preek 27 februari 2011

Johannes 4, 43-54
43 Na die twee dagen trok Jezus verder naar Galilea, 44 want hij had zelf gezegd dat een profeet in zijn vaderland niet wordt gexeberd. 45 Toen hij in Galilea kwam, ontvingen de mensen hem gastvrij; ze hadden alles gezien wat hij op het feest in Jeruzalem gedaan had, want daar waren ze zelf bij geweest. 46 Hij ging in Galilea weer naar Kana, waar hij van water wijn had gemaakt.
Er was daar een hoveling uit Kafarnaxfcm wiens zoon ziek was. 47 Omdat hij gehoord had dat Jezus uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar hem toe gekomen, en nu vroeg hij of Jezus mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen. 48 Jezus zei tegen hem: x91Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!x92 49 Maar de hoveling drong aan: x91Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft.x92 50 x91Ga maar naar huis,x92 zei Jezus, x91uw zoon leeft.x92 De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg. 51 En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn kind in leven was. 52 Hij vroeg hun sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: x91Gisteren, een uur na de middag, is de koorts verdwenen.x92 53 De vader besefte dat dat het moment was dat Jezus tegen hem gezegd had: x91Uw zoon leeft.x92 Hij kwam tot geloof, hij en al zijn huisgenoten. 54 Dit deed Jezus toen hij uit Judea naar Galilea was teruggekeerd; het was zijn tweede wonderteken.
 
Preek

Vandaag horen we het verhaal van iemand die op sterven na dood was en door God wordt genezen. Dat is nogal moeilijk om te horen als je zelf ziek bent, of iemand in je naaste omgeving is ziek, of dreigt te sterven. Wij dachten meteen aan Mark van Kuilenburg en zijn gezin. (Mark is de vaste organist van de EUG; jij heeft een hersentumor). Maar hij is niet de enige:  er zijn er onder jullie zeker ook die ziek zijn, of die een naaste hebben waar het helemaal niet goed mee gaat.

De hoveling die bij Jezus komt heeft een kind dat doodziek is. En als je kind doodziek is doe je alles wat in je vermogen ligt om het weer beter te maken.

Het kind van de hoveling wordt genezen omdat de hoveling gelooft dat Jezus wonderen kan doen en in staat is zijn kind te genezen.

En wat betekent dat nu voor als je zelf ziek bent? Dat je als je maar genoeg gelooft wel genezen wordt? Of omgekeerd, dat je als je niet beter wordt, niet genoeg gelooft?

Ik heb vaak met zieke EUG-ers gepraat over dit soort moeilijke teksten. Iedereen kent wel ergens een verhaal van een wonderbaarlijke genezing, die al dan niet gepaard ging met of voorafging door veel gebed.

Is God niet een tikkie willekeurig met het uitdelen van genezingen?

En hoe kom je verder met deze tekst in tijden van ziekte en misschien wel naderende dood?

Dat is het eerste probleem van dit verhaal.

 

We hebben er nog een paar voor jullie, die opduiken wanneer je de tekst nauwkeurig leest.

Om te beginnen staat er dat Jezus terugkeert naar Galilea, zijn geboortestreek, omdat een profeet in eigen land niet wordt gexeberd. Dat is nogal onlogisch en klopt ook niet met de rest van de tekst, want daar staat dat Jezus met open armen wordt ontvangen. Iedereen wist nog van het wonder op de bruiloft in Kana en ze waren ook enthousiast over Jezus optreden in de tempel, kort gezegd, de tempelreiniging. Dus hoezo wordt Jezus in eigen land niet gexeberd?

Dat is het tweede probleem van dit verhaal.

 

De hoveling komt bij Jezus om te vragen of Jezus mee wil gaan naar zijn huis (dat is trouwens nog een knap eind lopen!) om zijn zoon te genezen. Om je er een voorstelling bij te maken: het gaat om een kilometer of 25 en 1000 meter omhoog klimmen.

Dan zegt Jezus: jullie geloven pas als je wonderen ziet.

Beste Jezus, dat was hier toch niet de kwestie? Er is hier een meneer die gehoord heeft dat er iemand rondloopt die wonderen doet, en als je kind ziek is, ik zei het al, dan haal je alles uit de kast. Dat die hoveling die hele reis heeft gemaakt betekent toch niet dat hij pas zal gaan geloven als het wonder is verricht? Hoezo moet Jezus hem pinnig wijzen op dat er wel geloofd moet wordenx85 is al die moeite die de man al gedaan heeft niet vertrouwvol genoeg?

Probleem 3.

 

De rest van de problemen zal ik jullie besparen, we hebben nog meer te doen vandaag.

We gaan op zoek naar het antwoord op de vraag waarom Johannes het allemaal zo heeft opgeschreven als hij heeft gedaan. Wat wil hij ons duidelijk maken?

 

We begonnen de cyclus met lezingen uit het Johannes eveangelie met het verhaal van de bruiloft te Kana. Voor wie het verhaal niet kent: Jezus is te gast op een bruiloft. Daar blijkt plotsklaps de wijn op. Jezus vraagt de bedienden om watervaten te vullen met water, en Jezus verandert het water in wijn. De dienaren zijn de eersten die het horen.  Het was het eerste wonderteken van Jezus, en zijn leerlingen geloofden in hem.

Het verhaal van de bruiloft in Kana en dit verhaal lijken op elkaar.

Het begint met een vraag aan Jezus.

Jezus reageert eerst afwijzend.

Dan insisteren de vragenstellers.

Jezus spreekt een enkel woord.

De dienaren spelen een bemiddelende rol

En het draait erop uit dat er geloofd wordt.

Tussen die twee verhalen, die je op elkaar kunt leggen, staan nog een paar andere verhalen. Het verhaal van de tempelreiniging, waar Jezus als een razende tekeer gaat tegen de handelaren op het tempelterrein. En het verhaal van  de ontmoeting met de Samaritaanse vrouw bij de waterput, waarover het de twee afgelopen zondagen ging. In Kana wordt er geloofd. In Samaria, waar Jezus de vrouw bij de bron ontmoet, gelooft ook de vrouw.

In Jeruzalem ligt het anders. De Joodse leiders accepteren Jezusx92 verhaal niet. Het lijkt wel alsof Jezus meer wordt geloofd naarmate hij verder van het centrum van de religieuze macht af komt. Samaria ligt tussen Jeruzalem en Galilea in. Galilea stond bekend als een beetje een randkerkelijk gebied, dat er zo zijn eigen manier van geloven op na hield. Voor Samaria gold datzelfde, op weer een andere manier.

Mogelijk ligt hier de oplossing van de opmerking van Jezus, dat een profeet in eigen land niet wordt gexeberd. Jezus, een joodse man, vond meer weerklank voor zijn boodschap bij de mensen die het niet zo nauw namen met de interpretatie van de wet en de regels, dan bij het centrum van de religieuze macht. Hiermee hebben we probleem nummer twee opgelost.

 

Nu de vraag over wat je aanmoet met dit verhaal in tijden van ziekte en dood. En daarbij pakken we meteen probleem drie mee: de vraag wat Jezus nou eigenlijk bedoelt als hij zegt dat de mensen moeten geloven.

Jezus heeft het steeds over zien en geloven. Dat thema komt bij al die verhalen steeds terug. Het deed mij denken aan het verhaal van de ongelovige Thomas, die pas gelooft dat Jezus verrezen is als hij hem letterlijk kan aanraken. Gelukkig die niet zien en toch geloven, zegt Jezus steeds.

Het verhaal van vandaag staat bol van verwijzingen naar de verrijzenis. De zoon geneest op de derde dag en op het zevende uur. De derde dag is de derde dag na de dood van Jezus (tussen haakjes: het verhaal van de bruiloft te Kana begint ook met: op de derde dag). Het zevende uur is het uur van de voltooiing, van heling. De zoon is ziek en niet dood, maar Jezus zegt niet: uw zoon is genezen, maar: uw zoon leeft. Het gaat om het leven dat wordt teruggegeven.

Johannes zelf leefde in de tijd na Jezus. Hij heeft Jezus nooit ontmoet, en de verhalen over Jezus opgeschreven die hij zelf nooit heeft meegemaakt. Johannes geloofde zonder te hebben gezien x96 en in het voetspoor van Johannes staan ook wij voor die moeilijke taak. Wij zien geen genezing, wij zien geen wonderen x96 wat valt er dan te geloven?

 

De verwijzing naar de verrijzenis van Jezus geeft hierop het antwoord. Wat we kunnen, mogen geloven is niets meer en niets minder dan het mysterie van het paasverhaal: dat er leven is door de dood heen. Dat wanneer je op de bodem zit, er geen uitkomst lijkt, het leven toch doorgaat. Anders dan te voren, maar er is leven.

Dat wanneer iemand sterft er leven is door de dood heen. Voor degene die sterft, en voor degenen die achterblijven.

Dat hoe moeilijk het leven ook is, wat je ook te verstouwen krijgt aan ziekte, aan dood, aan ongeluk, aan zorgen, je mag ervaren dat je opgevangen en gedragen wordt. Ook al voel je dat soms pas achteraf.

 

Soms kunnen mensen die ziek zijn je dat aanreiken. Als Mark vertelt dat hij zich gedragen weet in Gods hand, leert mij dat vertrouwen. Als een andere zieke uit de EUG vertelt dat zij haar operatie rustig tegemoet ziet omdat ze er toch niets aan kan veranderen en vertrouwt dat het goed komt, leert mij dat vertrouwen. Als ik terugkijk naar periodes waarop ik het moeilijk had in mijn leven en zie hoe er in die tijd allerlei mensen op mijn pad kwamen die me iets boden waarmee ik verder kon, leert mij dat vertrouwen.

 

Misschien is het dit vertrouwen dat Jezus ons wil leren. Het gaat niet vanzelf en het is niet vanzelfsprekend. In het Evangelie van Johannes is Jezus doorgaans vol vertrouwen op God, maar in andere evangelieverhalen staan ook verhalen over de twijfels en de angst die Jezus kende. Johannes staat in de tijd het verst van Jezus af, en misschien verklaart dat ook iets van de positiviteit waarmee hij het verhaal vertelt. Zo werkt het in ons eigen leven vaak ook: wanneer de tijd verstrijkt, onthoud je meer het vertrouwen en de redding dan de angst die eraan voorafging.

Zo af en toe vallen we, maken we een tuimeling in het luchtledige, weten we niet wanneer we ophouden met vallen. Staat de wereld te schudden op zijn grondvesten.

En toch zijn we daarin niet alleen. Wanneer het ons lukt te leven vanuit liefde, ervaren we dat we opgevangen en gedragen worden.  Soms maar heel even, als een enkel moment tussen de wanhoop door.

Geloven, vertrouwen komt niet vanzelf. Je kunt het oefenen. Door te kijken, te zien wat je allemaal toevalt, ook als het niet goed met je gaat. Door God te loven en te danken voor alles wat er op je pad komt, in goede en slechte tijden. En door wat overblijft terug te geven aan God, te leggen in Gods hand.

 

Zo moge het zijn.

 

 

 

 

 

Preek 2 januari 2011 (Oecumenische Centrumviering Amersfoort)

Genesis 19, 15-26
15 Zodra het licht begon te worden zetten de engelen Lot aan tot spoed: x91Vlug, ga hier weg met uw vrouw en uw twee dochters, anders komt u om en wordt u het slachtoffer van de misdrijven die in deze stad zijn begaan.x92 16 Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de HEER hem wilde sparen, en ze trokken hem mee de stad uit. Pas buiten de stad bleven ze staan. 17 Toen zei een van hen: x91Vlucht, uw leven is in gevaar! Kijk niet om en sta nergens in de vallei stil. Vlucht de bergen in, anders komt u om.x92 18 Maar Lot antwoordde: x91Nee, dat niet, mijn heer! 19 U hebt het beste met uw dienaar voor, u bewijst mij een grote weldaad door mij in leven te laten. Maar ik kan onmogelijk naar de bergen ontkomen, het onheil zou mij inhalen en ik zou alsnog sterven. 20 Dat stadje daar is dichtbij, dat zou ik kunnen halen. Geef mij de kans om daarheen te vluchten, dat zou mijn redding kunnen zijn; het is maar een onbeduidend stadje.x92 21 Hij kreeg ten antwoord: x91Ook in dit opzicht zal ik u ter wille zijn: het stadje dat u bedoelt zal ik niet wegvagen. 22 Vlucht daarheen en haast u, want tot u daar aangekomen bent kan ik niets doen.x92 Zo kreeg die stad de naam Soar.
23 De zon was al opgegaan toen Lot in Soar aankwam. 24 Toen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra 25 en hij vernietigde die steden en de hele vallei, met de inwoners van al de steden en met alles wat er op het land groeide. 26 De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout.
 
Preek
Waarom keek de vrouw van Lot om?

Wilde ze nog xe9xe9nmaal een blik werpen op de plek waar ze vandaan kwam, haar thuis, om het daarna definitief achter zich te laten?

Wilde ze weten of het echt zou gebeuren, die verwoesting van Sodom?

Was ze een ramptoerist avant la lettre, die wel eens wilde zien hoe het eruit ziet als God een stad ten gronde richt?

Twijfelde ze en wilde ze graag terug?

Had ze moeite om het verleden los te laten, zoals Stef Bos veronderstelt in zijn lied?

We weten het niet.

God had tegen Lot gezegd dat hij niet mocht omkijken. Kennelijk gold dat verbod ook voor zijn vrouw, van wie we de naam niet kennen. Zij versteent. Lot moet zonder haar verder.

Ik ontdekte dat er een passage is in het evangelie van Lukas, waarin Jezus verwijst naar de vrouw van Lot. Hij zegt:  Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard. Wie op die dag op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om zijn bezittingen te halen, en wie op het land is moet niet naar huis terug willen gaan. Denk aan de vrouw van Lot! Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden. (LK 17, 30-33).

Wanneer we dit als sleutel gebruiken voor het verhaal van vandaag, dan was de beweegreden van de vrouw van Lot dat ze terugverlangde naar haar huis, aarzelde, twijfelde, het liefste terug was gegaan omx85 ja om wat? Afscheid te nemen, spullen mee te nemen,x85

Wij vonden het allemaal nogal een hardvochtig verhaal.

De genadeloze straf van God tegen Sodom.  De rucksichtlosheit waarmee kennelijk die hele stad te gronde moet worden gericht. En dan het lot dat de vrouw van Lot treft.

Wat een naar oudtestamentisch gedoe allemaal. Is dit nou een God van liefde? Moet dit zo nodig? God maakt kennelijk een scherpe scheiding tussen de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen, en daar zit niks tussenin. Een keiharde represaille voorx85 ja, voor wat eigenlijk? Wat hadden die mensen in Sodom misdaan?

Er zijn beschuldigingen geuit tegen Sodom, zegt God tegen Abraham in hoofdstuk 18. Hun zonden zijn ongehoord groot, zegt God.  Lot was familie van Abraham: de zoon van zijn broer.

Wat ik zo grappig vind is dat God niet zelf heeft gezien dat het niet goed zat in Sodom, maar dat hij het heeft van horen zeggen. En dan stuurt hij twee engelen om het te checken. Die twee engelen gaan logeren bij Lot, en dan worden ze bedreigd door de inwoners van Sodom. Die zeggen dat ze de twee mannen willen nemen. Dat gaat gelukkig niet door, de engelen hebben genoeg macht om de aanval af te weren. Maar na dit incident weten ze genoeg: het deugt niet in Sodom, en Lot moet maken dattie wegkomt, met zijn hele familie, voordat de hele boel daar met de grond gelijk wordt gemaakt.

Deze tekst is vaak aangehaald als x91bewijsx92 voor de veroordeling van homoseksualiteit door God. Dat de inwoners (mannen) van de stad komen om de twee engelen te x91nemenx92 , en dat dat veroordeeld wordt door de engelen namens God, wordt gezien als bewijs dat God tegen homoseksualiteit is.

Ik denk dat het anders ligt. Wat veroordeeld wordt is niet de seksualiteit, maar het geweld. Er is hier sprake van verkrachting. En wel verkrachting van gasten. Wij kunnen als Europeanen de lading hiervan nauwelijks meevoelen, maar schending van de gastvrijheid was een enorme zonde in die tijd en in die cultuur. En schending van de lichamelijke integriteit van vreemdelingen, gasten, was on-ge-hoord.

Sodom, of Sodom en Gomorra, is in onze cultuur vaak een spreekwoordelijk beeld voor losbandigheid, met name seksuele losbandigheid. Iemand uit de voorbereidingsgroep vertelde: als ik met mijn moeder in Amsterdam ben, benoemt ze dat als Sodom en Gomorra. En waar gaat het dan over? Over zwervers op straat, drank- en drugsgebruik, maar vooral over: de vrouwen achter de ramen in de rosse buurt. Ik denk dat het onze calvinistische natuur is (en die is mij als katholiek ook niet vreemd), die zegt dat wij losbandigheid moeten veroordelen.

Maar losbandigheid is nog iets anders dan geweld. God veroordeelt geen seksualiteit, God veroordeelt geweld x96 en bestraft het met geweld. En niet zo zuinig ook.

Als we dat extrapoleren naar onze tijd, dan gaat het niet over prostitutie, maar over de verruwing van onze eigen samenleving. Over het feit dat je zomaar op straat aangevallen kunt worden x96 ook in de zogenaamde betere buurten. Over het feit dat je er dan niet op hoeft te rekenen dat iemand je te hulp schiet. Over de onbeschoftheid waarmee mensen elkaar soms tegemoet treden. Over ellebogenwerk op het werk, waarbij het binnenhalen van bonussen het enige is wat telt. En over seksualiteit die gebaseerd is op uitbuiting en machtsmisbruik, in plaats van op liefde.

Hoe komt het dat zo weinig mensen hier iets tegen doen? Vroegen wij ons af. De een dacht dat dit komt door angst. Een ander hield het op onverschilligheid en individualisme: ieder voor zich en God voor ons allen.

God heeft, in het verhaal van vandaag, een streng oordeel over mensen die zich laten leiden door geweld en niet door liefde.

Wat zo grappig is: zo compromisloos als God is jegens de daders van geweld, zo vriendelijk is God voor Lot. Lot ziet het niet zitten om ver weg te vluchten, en wil graag naar een klein nabijgelegen dorp. God laat zich vermurwen, zoals God zich ook eerder door Abraham liet vermurwen toen het ging om de vraag of de stad gespaard kon worden als er tenminste tien rechtvaardigen zouden wonen.

God helpt Lot een goed heenkomen te zoeken en te vinden, en Lot mag daar zelfs nog voorwaarden bij stellen. Maar de eis van God is dan wel: kijk niet om, sta niet stil, vlucht!

Laat alles achter wat te zwaar is om te sjouwen, zingt Huub van der Lubbe van De Dijk. Het komt altijd weer op liefde neer.

Lot moet erop vertrouwen dat het goed komt, en zonder omkijken een onbekende en ongewisse toekomst tegemoet gaan. Hij weet wat hij achterlaat, hij weet niet wat voor hem ligt. Hij staat voor de uitdaging zijn angst te overwinnen en te durven drijven op vertrouwen. Vertrouwen in de God die hem draagt, vertrouwen in een toekomst op een onbekende plek. Achterlaten wat niet goed is, hoe moeilijk ook, en vooruit. Zo niet de bergen in,dan toch naar de dichtstbijgelegen haven die je kunt ontdekken.

Wanneer het je aan vertrouwen ontbreekt, kom je niet weg. Dan verstar je, verlam je, raak je het spoor bijster. Misschien is dat het wat de vrouw van Lot op haar plaats doet blijven: gebrek aan vertrouwen dat het goed zal komen, dat God het beste met haar voorheeft.

x93Nog steeds ligt daar, als getuigenis van hun verdorvenheid, een rokende woestijn met planten die nooit-rijpende vruchten dragen, en met een zuil van zout ter herinnering aan de vrouw die niet geloofdex94 staat er in het boek Wijsheid (Wijsheid 10,7).

Leven vanuit vertrouwen, aan de angst voorbij, is voor de meesten van ons een voortdurende uitdaging. Het is een beslissing die je keer op keer moet nemen. Een beslissing die gestoeld is op de diepe overtuiging dat je bestaansrecht hebt.  Leven vanuit vertrouwen betekent dat je in vrede leeft met jezelf. Dat maakt je vrij. Een vrij mens, zoals God ons wil en zoals wij door God bedoeld zijn.

Het begin van dit nieuwe jaar is een goed moment om stil te staan bij wat we los willen laten. Om te zoeken naar welke stappen in de toekomst we willen zetten. En diep in onszelf te voelen, te weten, dat waar we ook naar toe gaan, God ons niet loslaat en ons zal dragen als we struikelen.

Zo moge het zijn.

 

 

Preek 26 december (tweede kerstdag) 2010

Kolossenzen 3, 9-17

9 Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt 10 en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. 11 Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen.

12 Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14 En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15 Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van xe9xe9n lichaam. Wees ook dankbaar. 16 Laat Christusx92 woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17 Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door hem.
 
Preek

Vroeger, toen ik een jaar of zes was, hadden wij thuis een boekje waar in stond wat het betekende om te leven als een braaf katholiek meisje. Lief zijn voor elkaar, daar kwam het kort samengevat op neer. Ik herinner me vaag iets over een zieltje waar vlekjes op konden komen als je je daar niet aan hield, en de mogelijkheid om het weer schoon en wit te maken als je God om vergeving vroeg.

Kerstmis was bij uitstek de gelegenheid om deze boodschap van liefde te praktiseren Niet dat dat altijd lukte; als je twee dagen op elkaars lip zit is er in een groot gezin al gauw iets om ruzie over te maken. Maar de boodschap x91vrede op aardex92 hoorde nu eenmaal bij kerstmis en diende in het bijzonder met kerst gepraktiseerd te worden.

 Het woord x91vredex92 komt maar xe9xe9n keer voor in de tekst die we zojuist gelezen hebben en is daarin niet het centrale begrip, maar het is natuurlijk niet toevallig dat we deze tekst lezen met Kerst en in een cyclus over vrede

Toen we het lazen zeiden we tegen elkaar: dit is wel precies wat we graag willen. Het is zoals we vinden dat we met elkaar moeten omgaan.  Leven in vrede, ook met elkaar. Geen onderscheid meer tussen mensen van verschillende afkomst of van verschillende sociale klassen.  Meelevend zijn, geduldig, goed, bescheiden, zachtmoedig. Vergevingsgezind. Liefdevol. Dankbaar. En gelovig: bezig zijn met de bijbel, met heel je hart zingen voor God. Nou, dat laatste is niet tegen dovemansoren, zingen doen we graag.

Maar de restx85 het is allemaal heel erg om mee eens te zijn, maar het klinkt ook als een hele klus. Pfff, moeten we dat allemaal kunnen en doen?

 at we dit alles als opdracht krijgen is gemotiveerd aan het begin van de tekst. In Christus is iedereen gelijk, wat je afkomst ook is, wat je achtergrond ook is. In de Galatenbrief zegt Paulus het ook, bijna dezelfde tekst, met de toevoeging dat er ook gelijkheid is tussen mannen en vrouwen.

Over deze gelijkheidsgedachte  hebben we in de voorbereidingsgroep met elkaar nagedacht.

En we constateerden dat we de theorie van harte onderschrijven, maar dat de praktijk nog niet zo eenvoudig is. Want we vinden wel dat iedereen gelijk is, maar in het dagelijks leven zijn we, misschien wel onbewust, voortdurend bezig onszelf met anderen te vergelijken.  Je voelt je meer of minder dan de mensen die je op straat tegenkomt, of op je werk, of op school, de universiteit, waar dan ook. Je familie. Anderen hebben meer bereikt dan jij. Anderen hebben een mindere opleiding dan jij. Anderen hebben een mooier huis dan jij. Anderen hebben een lager inkomen dan jij. Anderen zien er mooier uit dan jij. Anderen zijn minder grappig of populair dan jij.

Dit vergelijken zorgt er voor dat we ons niet identificeren met de ander. Die ander is immers anders dan jij, en dat anders-zijn schept afstand. We herkennen onszelf niet in de ander, want de ander is zwart terwijl jij wit bent, werkt als vuilnisman terwijl jij op kantoor zit, woont in Eritrea of Haxefti terwijl jij in Nederland bentx85 Door deze verschillen te benadrukken (en nogmaals, dit is iets wat doorgaans vanzelf gaat, we doen daar helemaal niet ons best voor),hoeven we ons niet met de ander te verbinden.

 Uiteindelijk maakt al dat vergelijken ons niet gelukkiger. Jezelf meer of minder voelen dan een ander heeft uiteindelijk precies hetzelfde resultaat: je gaat de verbinding niet aan.

Iemand uit de voorbereidingsgroep vertelde hoe ze opeens, met een schok, zichzelf identificeerde met een zwarte vrouw in Haxefti met een kind op haar schoot. x93Je zal er maar mee zittenx94, dacht ze.

Het is verrassend hoe het leven kan veranderen als je echt contact maakt, je echt verbindt met wie er op je pad komt. Met de mensen die je helpen in de winkel. Met de collegax92s op je werk. Met de loodgieter die je kraan komt repareren.

De verbinding met de ander komt vaak tot stand wanneer je durft te laten zien waar je zelf mee worstelt. Wat je niet durft, of niet kunt, of niet weet. Of laten zien dat je je niet zo lekker voelt, of verdrietig bent.

Een voorbeeld. Onlangs zat ik bij elkaar met een groepje vrouwen waarmee ik samen studeer. We spraken af bij wie de volgende bijeenkomst zou zijn, en opeens zei een van de vrouwen tegen een ander: x91nou weet ik toch opeens jouw naam niet meer!x92 Ze durfde het gewoon te zeggen, terwijl we echt al jaren bij elkaar komen. Ze werd niet uitgelachen, integendeel: haar bekentenis riep een stroom van verhalen van herkenning op. Een aantal van ons heeft ook last van vergeetachtigheid, en we wisselden uit hoe we daarmee omgaan en waar het vandaan komt. De bekentenis van de een bracht verbinding tot stand met alle anderen.

Het getuigt van lef om zoiets te doen. Het gewoon te zeggen. Te zeggen dat je iets niet kunt of niet weet of je ergens voor schaamt.

Het getuigt ook van vrijheid. Wat heb je te verliezen? Bang voor wat de anderen van je vinden? En wat zou dat dan? Het fundamentele besef dat alle mensen gelijk zijn, dat je niet meer of minder bent dan de ander, helpt je om je eigen oordeel op te schorten, ook of misschien wel juist over jezelf.

Het maakt jezelf en de ander gelukkiger. Niet bang zijn. We zijn gelijkwaardig.

Nog een ding over de tekst.

Onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, staat er.

Dat doen we al wanneer we met elkaar een Bijbeltekst bespreken. Maar we doen het ook heel vaak niet: als we getuige zijn van onrecht en we houden onze mond. We doen niets.

Als je niks zegt of niks doet wanneer iemand iets misdaan wordt ben je medeschuldig.

En opnieuw: je wordt gelukkiger en de ander ook wanneer je je mond opendoet. Er valt vast wel iets te verliezen. Maar er valt ook een wereld te winnen.

 Ik begon met al die voorschriften om een braaf meisje of jongetje te zijn. Bekeken vanuit de gedachte dat alle mensen fundamenteel gelijkwaardig zijn wordt dat ineens iets totaal anders: het is geen loodzware opdracht meer. Al die mooie eigenschappen (medeleven, bescheidenheid, geduld, vergevingsgezindheid) zijn het gevolg van het afleggen van je angst en leven vanuit liefde.  Het tonen van je kwetsbaarheid maakt dat je opengaat, dat de ander opengaat en dat er een verbinding tot stand komt waar je allebei gelukkiger van wordt.  Er hoeven geen egox92s meer overeind gehouden te worden. Het ontspant, maakt vrij, en dankbaar. Daar is God aanwezig, gebeurt God.  Dan is de laatste opdracht niet moeilijk meer: zing met heel je hart voor God.

De God die liefde is en die onder ons wil wonen. De God die een bodem is onder ons bestaan, zodat wij onze angst laten varen. Een God die vrede brengt.

Zo moge het zijn.

 

 

Preek 5 december 2010

1 Koningen 18, 20-46
20 Achab stuurde boden naar alle stammen van Israxebl en liet ook alle profeten bij de Karmel bijeenkomen. 21 Daar sprak Elia het volk als volgt toe: x91Hoe lang blijft u nog op twee gedachten hinken? Als de HEER God is, volg hem dan; is Baxe4l het, volg dan hem.x92 De Israxeblieten zeiden niets. 22 Toen zei Elia: x91Ik ben de enige profeet van de HEER die nog over is. De profeten van Baxe4l zijn met vierhonderdvijftig man. 23 Breng ons twee stieren. Zij mogen als eersten een stier uitkiezen. Laten ze die in stukken snijden en op een brandstapel leggen, maar ze mogen het hout niet aansteken. Ik zal de andere stier gereedmaken en op een brandstapel leggen, maar ik zal het hout niet aansteken. 24 U moet de naam van uw god aanroepen, en ik zal de naam van de HEER aanroepen. De god die antwoordt met vuur, is de ware God.x92 Heel het volk stemde met dit voorstel in.
25 x91Begint u maar, u bent met velen,x92 zei Elia tegen de profeten van Baxe4l. x91Kies maar een dier en maak het gereed voor het offer. Roep dan de naam van uw god aan, maar steek het hout niet in brand.x92 26 De profeten namen een van de twee beschikbare stieren en maakten die voor het offer gereed. De hele morgen lang riepen ze Baxe4l aan: x91Baxe4l, geef ons antwoord!x92 Maar het bleef stil en niemand gaf antwoord, hoe ze ook dansten en sprongen rond het altaar dat daar was opgericht. 27 Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: x91Roep zo hard u kunt! Hij is toch een god? Hij heeft zeker iets anders te doen. Ik denk dat hij zich even moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u hem wekken!x92 28 De profeten riepen uit alle macht en brachten zichzelf, zoals hun gewoonte was, met zwaarden en lansen verwondingen toe tot het bloed over hun lijf stroomde. 29 In vervoering bleven ze schreeuwen, maar ook toen het middaguur allang voorbij was en het uur voor het graanoffer aanbrak, was er nog steeds geen enkele reactie gekomen: het bleef stil, niemand gaf antwoord.
30 Elia zei tegen de Israxeblieten dat ze naar hem toe moesten komen. Toen ze bij hem waren komen staan, bouwde hij het verwoeste altaar van de HEER weer op. 31 Hij nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israxebl, de nakomelingen van de zonen van Jakob, tot wie de HEER had gezegd: x91Israxebl is je nieuwe naam.x92 32 Met die twaalf stenen maakte hij een altaar ter ere van de HEER, en daaromheen liet hij een geul graven met een lengte van tweehonderd el. 33 Hij stapelde het brandhout op, sneed de stier in stukken en legde die op de brandstapel. 34 Toen zei hij: x91Vul vier kruiken met water en giet die over het offer en het brandhout uit.x92 Toen dat gebeurd was, liet hij het nog een tweede en een derde keer doen. 35 Het water liep over het altaar heen en de geul eromheen kwam vol water te staan. 36 Toen het uur voor het graanoffer was aangebroken, trad de profeet Elia op het altaar toe en zei: x91HEER, God van Abraham, Isaak en Israxebl, vandaag zal blijken dat u in Israxebl God bent, en dat ik u dien en dit alles in uw opdracht gedaan heb. 37 Geef mij antwoord, HEER, geef antwoord. Dan zal dit volk beseffen dat u, HEER, God bent en dat u het bent die hen tot inkeer brengt.x92 38 Het vuur van de HEER sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout, stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op. 39 Alle Israxeblieten zagen het, en allen vielen op hun kniexebn en riepen: x91De HEER is God, de HEER is God!x92
40 Toen zei Elia tegen hen: x91Grijp de profeten van Baxe4l; laat niet xe9xe9n van hen ontkomen!x92 De profeten werden gevangengenomen, en Elia liet hen afdalen naar het dal van de Kison, waar hij hen ter dood liet brengen.
41 Tegen Achab zei Elia: x91Ga nu wat eten en drinken, ik hoor het geruis van de stortregen al.x92 42 Achab ging iets eten en drinken en Elia ging naar de top van de Karmel. Daar ging hij gehurkt op de grond zitten, met zijn gezicht tussen zijn kniexebn. 43 Zijn knecht droeg hij op: x91Ga jij eens kijken, de kant van de zee uit.x92 De knecht ging kijken, maar toen hij terugkwam zei hij: x91Er is niets te zien.x92 Zeven keer stuurde Elia hem terug, 44 en toen de knecht voor de zevende keer was gaan kijken zei hij: x91Er komt een klein wolkje uit zee opzetten, niet groter dan een handpalm.x92 Daarop zei Elia: x91Ga snel naar Achab en zeg hem dat hij zijn wagen moet inspannen en vertrekken, anders zal de regen hem de weg afsnijden.x92 45 In minder dan geen tijd werd de hemel verduisterd door wolken, stak de wind op en barstte er een enorme regenbui los. Achab reed in de richting van Jizrexebl. 46 Elia werd door de hand van de HEER gegrepen. Hij schortte zijn lendendoek op en rende voor Achab uit, helemaal tot Jizrexebl.
 

Preek

De lezing van vandaag roept veel vragen op. Vragen naar datgene wat beschreven staat. En vervolgens vragen naar wat de betekenis van deze tekst voor onszelf zou kunnen zijn. We hebben hier flink mee geworsteld in de voorbereidingsgroep.

Laten we eerst eens kijken naar wat er gebeurt in het verhaal.

Het volk Israel heeft een koning, Achab.  Achab begint Baal te vereren. Daarnaast blijft hij de dienst aan de God van Israel, die bekend staat onder de naam x91Ik ben die ik benx92, goedkeuren. Er zijn dus twee godsdiensten in het land: De Baal cultus en de godsdienst aan de Eeuwige.

Baal was een vruchtbaarheidsgod.

Dan roept God Elia om koning Achab en het volk tot de orde te roepen. En ondertussen zorgt God er voor dat het jaren achtereen niet regent. Er is hongersnood en tekort aan water in het land.

God zegt tegen Elia dat God er voor zal zorgen dat het weer gaat regenen, en dat Elia dat aan Achab moet gaan vertellen.

Elia is het braafste jongetje van de klas. Hij gaat niet alleen tegen koning Achab vertellen dat God het weer zal laten regenen, hij koppelt aan die boodschap ook nog een enorme wedstrijd tussen de Baal of Baals, de vruchtbaarheidsgoden (die eigenlijk voor regen hadden moeten zorgen, je bent vruchtbaarheidsgod of je bent het niet) en de Enige.

Achab en zijn vrouw Izebel hebben ondertussen alle andere profeten van de Enige laten vermoorden, dus Elia heeft alle reden voor zijn leven te vrezen. Maar de nood is hoog, met dat watertekort, en dat geeft hem een voorsprong.

Dan komt die bizarre wedstrijd. Elia daagt uit: hou toch eens op met het laten voortbestaan van twee religies naast elkaar. Je hinkt op twee gedachten. Wees nu eens een volk uit xe9xe9n stuk. Kom op, we gaan doen wie de grootste is. De god die in staat is met vuur uit de hemel een brandoffer te ontsteken heeft gewonnen.

Beide partijen sloven zich enorm uit. De Baalprofeten halen alles uit de kast. Ze springen, ze dansen, ze verwonden zichzelf, maar geen vuur, geen offer. Sliep uit, roept Elia, lekker puh, doe je best, het lukt toch niet! Dan haalt Elia ook alles uit de kast. Hij bouwt het altaar van de Eeuwige weer op. Met twaalf stenen. Dat is niet toevallig, dat aantal. Hij maakt niet alleen het offer klaar, hij overgiet offer en altaar en brandhout ook nog eens met een meer dan royale hoeveelheid water. Zonde, zeiden wij, als er zox92n watertekort is!

Elia bidt tot God. Dan ontsteekt God het brandhout en verteert het vuur alles wat er maar te verteren valt. Weer zox92n overkill. De Israxeblieten zijn diep onder de indruk. Elia laat alle Baalsprofeten vermoorden en als klap op de vuurpijl gaat het weer regenen. Het verhaal eindigt met koning Achab die teruggaat naar huis, en Elia die voor hem uit rent. Wij kregen er Mony-Pyton achtige beelden bij, met een warrige profeet met een opgeschort lendendoekje die met hoog opgetrokken benen heel hard rent.

Wat heeft dit verhaal ons te brengen?

Wij haakten om te beginnen bij van alles en nog wat af.

Wij haakten af bij dat enorme machtsvertoon, die overkill, dat verschrikkelijke macho wie-heeft-de-grootste gedoe. Kan het alstublieft wat subtieler en wat vriendelijker? Al die profeten die dan ook nog eens gedood moeten worden, is dat niet wat te  veel van het goede?

Wij hadden ook moeite met de wedstrijd tussen godsdiensten. In onze samenleving doen we ons best om de diversiteit aan levensbeschouwingen te waarderen en te zoeken naar wat ons bindt in plaats van wat ons verdeelt. Kunnen we niet tot elkaar komen met gesprek, met zoeken naar wat de ander beweegt, en als we dan toch het nodig vinden de ander te overtuigen, kan dat dan niet beter met argumenten in plaats van met machtsvertoon?

Toch waren er twee dingen die ons toch ook wel weer raakten in het verhaal, in positieve zin dan ditmaal.

Om te beginnen is Elia op zoek naar heelheid. Dat symboliseert hij door het altaar op te bouwen, en de twaalf stenen er om heen te leggen. Die twaalf stenen zijn de twaalf stammen van Israel, die bij elkaar horen. God heeft tegen deze twaalf stammen gezegd: jullie zijn het volk Israel en ik ben jullie God.

Elia duidt geen compromissen, geen dubbelzinnigheden. Je kiest het een of het ander. Niet van twee walletjes eten.

Het tweede wat opvalt in het gedrag van Elia is zijn lef. Hij is niet bang, terwijl hij daar wel alle reden toe heeft. Hij is zwaar in de minderheid, en hij moet nog maar afwachten of datgene wat hij aankondigt ook zal gebeuren. Hij vertrouwt er volkomen op dat God aan zijn zijde is en gaat er voor. Hij weet waartoe God hem roept en doet wat God van hem vraagt.

Deze twee aspecten van Elia kunnen ons helpen.

Het zoeken naar heelheid, naar eenheid is iets wat ons ook raakt. De methode die Elia gebruikt spreekt ons niet zo aan, maar het streven wel.  We herkennen het in de bewogenheid  van de mensen die een bezoek gaan brengen aan Bethlehem. Marja vertelde in de voorbereidingsgroep dat ze daar al eerder is geweest, en dat ze merkte dat als je daar met de mensen praat, het opeens veel minder helder is wie gelijk heeft en wie ongelijk. De ondubbelzinnigheid die God dan van iedereen vraagt (en ik geloof zelfs dat Allah dat vraagt) is op zoek te gaan naar vrede. Dat is wat telt.

Daarbij is angst een slechte raadgever.

Als je bang bent kun je beter thuisblijven. Zox92n reis is namelijk niet zonder risicox92s.

Elia durft pal te staan voor waar hij in gelooft, ook al is hij de enige en moet hij vrezen voor zijn leven. Het ziet er hier gunstig uit, in dit verhaal, maar aan het begin van het volgende hoofdstuk moet hij al weer op de vlucht.

Ondubbelzinnige keuze maken betekent soms dat je stuit op onbegrip in je omgeving. En vind maar eens uit wat God van je wil. Waartoe God je roept.  Ik ben wel eens jaloers op die profeten die een duidelijke stem horen met een heldere overzichtelijke opdracht. Was het maar zo helderx85

Elia bidt. Hij buigt zich ter aarde. Na al het machtsvertoon laat hij zien dat hij zich onderwerpt aan de wil van God. Uw wil geschiede, bidden wij in het Onze Vader.

Ik geloof dat bidden helpt. Bidden als moment van stilte, van inkeer, ruimte maken, om te luisteren naar wat er echt toe doet in je leven, zoeken naar wat de liefde je ingeeft.

De pelgrimsgroep gaat dit doen: elke dag bidden. Laten wij hen met gebed bijstaan.

Laten wij met ons gebed zoeken naar wat God van ons wil, wat de liefde ons te zeggen heeft.

Zo moge het zijn.