Peek 14 augustus 2011
In de maand augustus, waarin de moslims de ramadan hebben, lezen we parallelverhalen uit Bijbel en Koran.
Genesis 3, 16-24
Wat eraan vooraf ging:
God heeft de mens geschapen en uit de zijde van de mens de vrouw.
De slang verleidt de vrouw om te eten van de vruchten van de boom in x92t midden van de hof.
De vrouw doet dit en verleidt de man.
Dan gaan hen de ogen open, zien zij, dat zij naakt zijn en verschuilen zich voor God.
Maar God roept hen.
De man wijst naar de vrouw, de vrouwwijst naar de slang en God vervloekt de slang.
En x85x85x85x85.. tot de vrouw heeft Hij gezegd: x85x85x85x85x85x85x85.
|
3:16 |
Tot de vrouw heeft hij gezegd: |
|
3:17 |
Tot roodbloedige Adam heeft hij gezegd: |
|
3:18 |
doornen en distels |
|
3:19 |
met het zweet in je neusgaten |
|
3:20 |
De bloedrode mens |
|
3:21 |
Dan maakt de Ene, God, |
|
3:22 |
Dan zegt de Ene, God: |
|
3:23 |
Zo zendt de Ene, God, hem heen |
|
3:24 |
hij verdrijft de roodbloedige mens,- |
|
4:1 |
De roodbloedige mens |
|
4:2 |
Vervolgens baart zij (vertaling: Naardense Bijbel, Pieter Oussoren) 2e lezing Koran 20:115 Wij, God, gaven Adam een opdracht, maar hij vergat het. Wij vonden bij hem geen vastheid. 116 Wij zeiden tot de engelen: x91Buigt eerbiedig neer voor Adamx92. Zij bogen, behalve de duivel Iblis, eigengereid. 117 Wij, God, zeiden: x91Adam. Dit is een vijand van jou en je vrouw; laat hij jullie dus niet uit de tuin verdrijven tot grote narigheid. 118 Het is jou gegund dat jij er geen honger lijdt, geen naaktheid; 119 dat jij er geen dorst hebt, noch onder hitte lijdt.x92 120 Maar de satan fluisterde hem in en zei: x91Adam zal ik jou de boom van het eeuwige leven wijzen en een heerschappij tot oneindigheid?x92 121 Zij aten en hun schaamte werd voor hen zichtbaar en zij bedekten zich met bladeren uit de tuin. Adam was ongehoorzaam aan zijn Heer, misleid. 122 Daarna koos zijn Heer hem, wendde zich tot hem, weer goed geleid. 123 Hij, God, zei tot de mens en de duivel: x91Weg hieruit, allebei, elkaar tot vijand. Als er dan van Mij een handleiding komt, dan zal wie Mijn handleiding volgt niet dwalen in vergetelheid. 124 Maar wie zich van Mijn vermaning afwendt die zal een benauwd leven leiden en hij wordt op de opstandingsdag blind voorgeleid. 125 Hij zal zeggen: x91Mijn Heer, waarom hebt U mij blind ter verzameling geleid, terwijl ik toch zag in gezondheid?x92 Preek We lezen vandaag verhalen over het begin. Scheppingsverhalen. Verhalen over de oorsprong van de aarde, de oorsprong van het leven. Het zijn verhalen die we allemaal kennen, of je nu gelovig bent opgevoed of niet. Adam en Eva, de boom van kennis van goed en kwaad, de verdrijving uit het paradijs, het behoort tot ons collectieve geheugen, maakt deel uit van onze cultuur. Iedere cultuur heeft zijn eigen scheppingsverhalen. Als je wat rondgoogelt kom je ze tegen uit alle culturen, Aziatische, Zuidamerikaanse, verhalen uit Australie, Afrika en Europa. Meestal noemen we deze verhalen mythen. Een mythe is een heilig verhaal, een verhaal dat een bijzondere waarheid bevat. En vandaag staan wij dan voor de uitdaging de bijzondere betekenis van de verhalen over Adam en Eva te doorgronden. Dat is geen geringe opgaaf, omdat deze verhalen een hoop aan zich hebben kleven. De verhalen van Adam en Eva zijn in de geschiedenis van de kerk en van de theologie veel in relatie gebracht tot zonde en vandaar tot erfzonde. Dat is een. De verhalen zijn gebruikt om de onderschikking van de vrouw aan de man duidelijk te maken. Dat is twee. En op de derde plaats hebben de verhalen vaak gediend als rechtvaardiging voor het overheersen van de aarde door de mens. Alledrie de interpretaties zijn onterecht. Maar voordat ik daar iets meer over zeg, eerst nog iets over het gegeven dat we vandaag uit twee heilige boeken lezen: de bijbel en de Koran. Het is jullie ongetwijfeld opgevallen dat de Korantekst overeenkomsten heeft met de Bijbeltekst. We mogen er van uitgaan dat de Koranschrijver de Genesistekst heeft gekend. Karel heeft ons uitgelegd dat we de Korantekst moeten lezen als een uitleg van de Bijbeltekst, die veel eerder is geschreven en in die tijd (ja, toen ook al!) door iedereen gekend werd. Er zijn naast overeenkomsten ook verschillen tussen beide teksten. Ik neem overeenkomsten en verschillen mee in mijn bespreking van de themax92s die ik al eerder noemde. Ga er maar even voor zitten want dit wordt (voor mijn doen) een lang verhaal. We beginnen met de erfzonde. We hebben de theologische gedachtengang van de erfzonde vooral te danken aan Augustinus, en in zijn voetspoor Maarten Luther. Augustinus baseert zich daarvoor op Paulus. Het voert te ver nu helemaal uit te gaan leggen hoe hij dat doet; we kunnen volstaan met te constateren dat Paulus het verhaal van Adam en Eva leest door de bril van het Nieuwe Testament. Als dit niet over erfzonde gaat, hoe zit het dan wel? Volgens mij gaat dit verhaal over de vraag die gelovigen al heel lang bezig houdt: hoe komt het toch dat er kwaad in de wereld is. De oorsprong van het kwaad. God heeft de boom van kennis van goed en kwaad midden in de tuin gezet. De vrouw, Eva, eet toch van die boom, gestimuleerd door vragen van de slang. Zij ziet dat de boom haar gaat helpen om inzicht te krijgen, of, anders vertaald, wijsheid te krijgen. Als de vrouw, en de man met haar, besluit om te gaan eten, is het gevolg dat zij weten dat zij naakt zijn. Zij worden zich ergens van bewust, komen tot de jaren des onderscheids. Het doet denken aan pubers die volwassen worden, zich bewust worden van hun seksualiteit. En de volwassen wording heeft ook met kennis, wijsheid en inzicht te maken. Onderscheid maken tussen goed en kwaad moet je niet lezen als dat je of het een, of het ander kunt doen, maar dat je het hele spectrum overziet, een bewustzijn krijgt van de dingen, van goed tot slecht. Dat inzicht is niet iets dat je zomaar krijgt, maar dat je moet verwerven. En dat hebben ze gedaan, Adam en Eva.De negatieve kanten van die verworven kennis zijn pijn en moeite, ellende en smart, zwoegen en ploeteren. Zien hoe complex het bestaan is brengt ook problemen met zich mee, en verlies. Maar zonder het onderscheidingsvermogen dat ook de kennis van de seksualiteit met zich meebrengt, zou de mens zich niet kunnen voortplanten. In de Koran wordt de mens ook de tuin uit gegooid, maar krijgt Adam vergeving voor de overtreding van het gebod. Waarmee de verworven kennis overigens niet ongedaan wordt gemaakt.
We gaan naar punt twee, de relatie tussen man en vrouw. Wat opvalt als je de Korantekst leest: hier wordt Eva niet met name genoemd, maar gaat het over Adam en zijn echtgenote. Leuke bijkomstigheid is dat het Arabische woord voor Adam vrouwelijk is. In het hebreeuws, de grondtaal van Genesis, is er ook iets leuks aan de hand met het woord Adam. Het wordt namelijk met en zonder lidwoord gebruikt. Bij de schepping van de mens wordt het lidwoord gebruikt. Hier is het dus de mens, en niet de man. De vrouw wordt geschapen als hulp die bij hem past. In de Psalmen wordt God vaak een hulp voor de mens genoemd, met hetzelfde hebreeuwse woord. We kunnen er dus niet van uitgaan dat de vrouw als hulp ondergeschikt is aan de man. De schepping van de vrouw uit de rib van Adam geeft aan dat de vrouw op hetzelfde nivo staat. En dan wordt gesproken over isj en isja, man en vrouw. We zien dat de man ontstaat op hetzelfde moment als de vrouw ontstaat; en daarvoor was er alleen de mens. In de tekst die we vandaag lezen staat dat de man zal heersen over de vrouw. Dit is vaak uitgelegd als: de man is de baas over de vrouw. Echter, het hebreeuwse woord voor heersen is hetzelfde als dat waarin gezegd wordt dat de hemellichamen heersen over de aarde. Het gaat daarbij niet om overheersen, maar om de beschrijving van een relatie. De vrouw heet Eva, wat betekent: de schenker van het leven. En hoe dat leven in elkaar zit, met alle ups en downs, staat in de regels daarvoor: de vrouw baart, maar dat doet pijn en is zwaar, de mens (en waarschijnlijk wordt hier man en vrouw bedoeld) bebouwt de aarde, maar dat kost pijn en moeite. Het leven heeft zich geopend met alle aspecten die daarbij horen, en daar zitten ook de moeizame kanten van het bestaan bij inbegrepen. Voor man en vrouw, als twee gelijken.
Dan de relatie tussen mens en aarde. Pieter Oussoren vertaalt in de Naardense bijbel de adam, dus de mens, consequent met: de roodbloedige mens. De aarde vertaalt hij steeds als: de roodbloedige aarde. Beide woorden hebben dezelfde stam en komen van het woord voor rood. En wij kunnen ons daar misschien weinig bij voorstellen, maar de mensen die in Palestina zijn geweest weten dat de aarde daar rood is. De rode aarde en het rode bloed van de mens zijn twee levensbeginselen die nauw op elkaar betrokken zijn. Niet als de een die heerst over de ander, maar als de mens die afkomstig is van de bloedrode aarde en daarnaar terugkeert. De mens is een aardwezen, en de aarde is afhankelijk van de mens om vrucht voort te brengen.
Goed. Drie misverstanden over het Genesisverhaal heb ik nu, hopelijk, om zeep geholpen. En als het meezit zijn we nu wat verder met wat de tekst ons te zeggen heeft. We hebben gezien dat volwassen zijn, inzicht hebben, betekent dat de ambivalentie van het bestaan zich aan je opdringt, dat de dingen niet goed of slecht zijn, maar dat je met wijsheid leert het hele spectrum te overzien en ontdekt dat pijn en verdriet bij het leven inbegrepen zijn. We hebben gezien dat mannen en vrouwen elkaars gelijken zijn, partners. Overigens zegt de tekst niets over seksualiteit als homoseksualiteit. Ik ga er van uit dat de gelijkwaardigheid van mensen universeel is, ook in man-man en vrouw-vrouw relaties. En tenslotte hebben we gezien dat de aarde en de mens van elkaar afhankelijk zijn en op elkaar betrokken zijn, als twee gelijkwaardige partners. Nu hebben we nog een ding niet besproken: de duivel. Die is in de Korantekst prominent aanwezig. In de Bijbeltekst komt de duivel voor in de gedaante van de slang die de vrouw overhaalt van de boom te eten. In de Koran dalen mens en duivel gezamenlijk af, elkaar tot vijand. Wat ik daar wel mooi aan vind: de duivel, het kwade, is iets buiten de mens, dat strijdt met die mens. Zoals wij onszelf teweer moeten stellen tegen alles waarvan we denken, vermoeden of weten, dat het een negatieve invloed op ons heeft. Verleidingen, of verslavingen. Teveel van het een of het ander. In de psalmen wordt ook regelmatig gesproken over vijanden. Pas na lezing van deze tekst begreep ik dat ik die ook kan zien als verleidingen buiten mijzelf, die me proberen over te halen te doen wat niet goed is voor mijzelf of wat schade berokkent aan mijn naaste of aan de natuur. Dat die duivel, (als personificatie van de verleidingen) kans van slagen heeft, dat komt doordat het aanhaakt bij iets in mijzelf. Het is waarschijnlijk niet moeilijk te bedenken hoe die verleidingen er in jouw leven uitzien. Ik ben er van overtuigd dat iedereen ze heeft. Zelfs Jezus had ze. Kijk, dat is het nou hxe8, met die mythen, ze bieden teveel stof tot nadenken waardoor ik dus een veel te lange preek geschreven heb. Terwijl de clou toch zo eenvoudig is: God heeft ons geschapen als zijn beeld en gelijkenis, als gelijkwaardig aan de aarde, als gelijkwaardig aan elkaar, met als opdracht en gegeven dat wij met pijn en moeite volwassen worden, groeien aan het leven en aan elkaar. Vanuit dat besef van verbondenheid mogen wij leven, fouten maken en opnieuw beginnen, de verleidingen overwinnend, in betrokkenheid op elkaar en op de aarde waaruit wij voortkomen. Zo moge het zijn. |
